Geplaatst door: Nelleke op: november 29, 2009
So, what’s up? Did you went to church today?
Nee. Lees maar. http://bit.ly/5aiTMs. ’stopped going to church’ Kennelijk ben ik belangrijk genoeg om geciteerd te worden op blogs en artikelen, want dit was al de tweede deze week. En daar staat mijn best bewaarde geheim ineens zwart op wit: She stopped going to church.
Nee, ik ben niet verkeerd geciteerd of whatever. Het is waar. Min of meer. Hoe moet ik dit nou weer uitleggen?
Tot mijn achttiende jaar ben ik elke zondag twee keer per week naar de kerk gegaan, en het was ondenkbaar dat dat ooit zou veranderen. En toen ging ik op kamers, in de grote studentenstad. Uiteraard werd ik per direct lid van de dichtstbijzijnde gereformeerde kerk, waar ik de eerste twee weken ook braaf twee keer per zondag was te vinden.
En toen was ik een keer ziek. Of verslapen. Of verdwaald onderweg naar de kerk. En ik kwam er achter dat ik niets mistte. De kerkdienst ging ook wel door zonder mij. Dus ik begon vaker weg te blijven. Verzon smoesjes die ik niet eens nodig had, er was niemand die me miste, niemand die vroeg waarom ik er niet was.
De uitzondering werd gewoonte, er gingen weken voorbij zonder kerk. Het wringt dat het mijn gemeente is, en dat ze vreemden zijn. Als er vanaf de kansel wordt afgekondigd dat die en die ziek is, en die en die gaan trouwen, heb ik geen idee wie het zijn. Als ik tijdens de dienst eens rondkijk zie ik allemaal onbekenden. En dat zijn dan mijn broers en zussen!
Yeah, je kunt nu de terechte opmerking maken dat je niemand leert kennen als je zondags niet eens naar de kerk gaat, maar dit is nu mijn derde jaar hier. Ik heb het wel geprobeerd, zeker in het begin. Ik heb op bijbelstudie gezeten. Maar mijn wijkgenoten zijn geen leeftijdsgenoten, en ze staan verder bij me vandaan dan wie dan ook.
Ik heb het kind of opgegeven. Ik hou er van om als ik een weekend weg ben naar een vreemde kerk te gaan, maar thuis wringt het. Dit zijn vreemden, en zo zou het niet moeten zijn. Als ik ga, ga ik voor het zingen, voor de preek.
En daar ga ik gewoon niet meer elke week voor. Als je ervoor niet in de mood bent, geniet je er ook niet van. Dan vind ik de liedjes hopeloos ouderwets, en de preek een aaneenstapeling van open deuren intrappen.
Mijn gemeente, dat zijn mijn mede studenten. Dat zijn de christenhomo’s die ik ontmoet op internet en waarmee ik weleens afspreek. Dat zijn de mensen met wie ik mijn geloof deel, en met wie ik mij een voel omdat we dezelfde Heer volgen.
En ja, het wringt, want volgens de bijbel moet ik vergaderen met mijn plaatselijke gemeente. Vaak zat neem ik me voor de komende zondag weer te gaan. In de praktijk ga ik echter nog maar eens in de drie, vier weken. Maar als ik ga, is het gelukkig niet meer uit gewoonte, en als ik niet ga, is het niet door gebrek aan geloof.
Geplaatst door: Nelleke op: november 23, 2009
Moet ik je komen halen?
Nee. Ze drong niet verder aan. Anders… misschien. Want wat nou als…
Okee. Iets verder terug?
Dinsdagavond. De keelpijnsnoepjes waardeerde ik eigenlijk nog meer dan het luxe driegangendiner, en nu zaten we op de bank, een film te kijken. Zo koud, zo ontzettend koud. Ik wikkelde mijn handen in het vest dat ik over mijn trui en twee t-shirts aan had en probeerde me zo warm mogelijk te voelen. Ik hoestte. Steeds meer en steeds harder. Misschien moet ik naar huis gaan. Maar wie zegt er dat ik me daar beter voel? En ik vind de film leuk. Ik blijf zitten.
1 uur, de film is afgelopen. Verwezen staar ik naar dispuutsgenoten die de meubels weer op hun plaats zetten. Ik ga naar huis. ‘Tot morgen’ zegt een klasgenote. ‘Tot morgen’ zeg ik terug, maar ik overweeg morgen niet naar college te gaan. Mijn gezicht voelt heter aan dan anders.
Buiten. Ik dacht dat het binnen al koud was, maar hier! Bibberend pak ik mijn fiets, en fiets de 100 meter die mij van mijn eigen studentenhuis scheid. Mijn eigen kamer is nog kouder, en ik zet de verwarming aan en sluit het raam. (twee dingen die normaliter tegen mijn eigen principes zijn). Zo koud! Pjama, dekens. Geen wekker. Natuurlijk kan ik niet slapen, maar ik bedenk wat ik in verschillende situaties gezegd zou moeten hebben, en welke geniale blogs ik morgen ga schrijven.
Licht. Hoe laat is het? Ik hoest. Mijn computer aan, dat is nu eenmaal gewoonte. Keelpijnsnoepjes. een rol wcpapier als zakdoekjes. Als heel veel zakdoekjes. Terug naar bed, lezen. Na twee regels geef ik het lezen op.
Uren later. Heb ik geslapen? Vast wel. Er is iemand op msn tegen me aan het praten. Ik kom mijn bed uit. Ik hoest en ik snuit mijn neus en voel me ziek. Waar is mijn thermometer? Aah, burola. 39.5 graden. Is dat koorts?
Mijn moeder komt op msn, en vraagt hoe het gaat. Ik ben ziek. Hoe ziek? 39.5. Dan is het vast mexicaanse griep. Ja vast. Ik was toch ingeent? Ja, maar de inenting werkt pas na twee weken. Wat flauw. Als je benauwd bent, moet je de dokter bellen. Ik heb zijn nummer niet eens. Dan 112 maar. Mexicaanse griep is heel gevaarlijk bij mensen met astma. Er zorgt toch wel iemand voor je? Moet ik je vanavond komen halen? Nee, ik heb morgen mijn eerste college filosofie.
Ik ga weer naar bed, en slaap. Goh, mijn moeder is bereid om 300 kilometer te rijden zodat ik bij haar ziek kan zijn. Misschien morgen. Of als het erger wordt. Maar anders zit ik er weer gelijk tot maandag. Zolang het niet erger wordt dan dit, ben ik liever hier. Daar moet ik een trap af, iedere keer als ik naar de wc moet. En twee trappen als ik wat wil eten. En daar heb ik geen eigen computer, dus kan niet even msnn of bloggen, zonder eerst om een computer te vechten. En ik moet mijn stapelbed uit klimmen om het licht aan of uit te doen.
Ik denk dat ik hier blijf. Als ik daar een weekend ben voel ik me al ongelukkig, en dat is niet handig, als je je lichamelijk ook helemaal niet goed in je fel zit. Mijn herinneren aan ziek zijn thuis beperken zich tot het in bed liggen. Urenlang niemand die naar je omkijkt, en als je eens ergens om vraagt duurt het lang. Nee. Ik blijf hier.
Een dag later belt Nelly. Ik blijk amper stem te hebben als ik opneem, en ze reageert bezorgd als ik vertaal dat ik de mexicaanse griep heb. ‘Rest je het daar wel?’ Ja hoor. ‘Als je iets nodig hebt moet je maar bellen he!’ Een dag later zijn mijn keelpijnsnoepjes op, en komt Nelly’s Boodschappenservice in werking. Soep, keelpijnsnoepjes, yoghurt. Ze is zelfs zo attent om op de verkeerde bel te drukken, zodat ik mijn bed niet uit hoef om open te doen.
Geplaatst door: Nelleke op: november 16, 2009
I’ve never seen anything more perfect than
than snow falling in the glow of a street light
electricity bowing to nature
mind bowing to heartbeat
this is gonna hurt bowing to I love you
I still love you like moons love the planets they circle around
like children love recess bells
I still hear the sound of you
and think of playgrounds
where outcasts who stutter
beneath braces and bruises and acne
are finally learning that their rich handsome bullies
are never gonna grow up to be happy
I think of happy when I think of you
so wherever you are I hope you’re happy
I really do
Andrea Gibson – photograph
Lees em helemaal. Klik op de link die photograph heet en luister. Lees en luister. Luister zo goed dat je opgaat in de woorden. Zodat je op school zit en niet kunt wachten om naar huis te gaan om weer te luisteren. Zodat je je microfoontje tegen je geluidsboxen drukt om hem te kopieren, zodat je ’s nachts in bed ook nog kunt luisteren. Luister zo vaak dat je op een goede dag merkt dat je het hele gedicht uit je hoofd kent, en stop dan niet met luisteren. Ga er zo in op dat je het in een andere taal wilt vertalen. Gewoon omdat alleen luisteren niet meer genoeg is. Schrijf het uit je hoofd over en hang het aan de muur. Ga zo op in het mooiste gedicht van de wereld dat je een half jaar later er nog geen genoeg van hebt telkens opnieuw regels te citeren op msn en twitter. Zo erg dat je de zinnen ervan tegen komt tussen je aantekeningen van school en je niet kunt herinneren ze te hebben opgeschreven. Hou zoveel van dit gedicht dat je er achter komt dat er in minstens twintig van je eigen gedichten verwijzingen en citaten naar dit gedicht staan. Luister het gedicht op deze site, op youtube, op je eigen computer, je mp3speler, en bij je ouders op de wii. Laat de pijn wanneer je moeder Andrea Gibson afkraakt en er geen goed woord voor over heeft en het uitzet je er niet van weerhouden. Luister naar de woorden en herhaal ze als je alleen op je kamer zit en oefen op een zo mooi mogelijke uitspraak. En je zult nog steeds de volledige schoonheid van dit gedicht niet kennen. Andrea Gibson is de beste dichteres van de wereld, en al haar gedichten zijn absoluut geweldig, maar photograph is de overtreffende trap. Photograph is… well, photograph.
Ken je Nande nog? Yeah, die jongen waarover ik vroeger weleens blogte, maar waarover je de laatste tijd niks meer hoorde. Ik heb hem sinds juni nog een keer gezien. Gezien. Aan het andere eind van de straat met een groep vrienden, net voor ik afsloeg. Er zijn nog een paar krabbels en smsjes over en weer gegaan in de trant van we moeten snel weer eens afspreken, maar er gebeurde niks. Niks. Behalve dat ik soms aan hem dacht als ik naar photograph luisterde. En zinnen uit photograph mompelde als ik aan hem dacht. Soms was photograph de nooit uitgesproken liefdesverklaring van mij aan hem. En toen stuurde ik een smsje. ‘Like moons’ Twee woorden, maar ik bedoelde natuurlijk I still love you like moons love the planets they circle around. Ik bedoelde natuurlijk. ‘I wish i was a fotograph (…..) I really, really do.’ Ik bedoelde alles. Ik zou het nooit gestuurd hebben als Nande een idee kon hebben van wat ik bedoelde. Maar misschien zou hij reageren. Het was in ieder geval origineler dan ‘hoe gaat het’ of ‘we moeten eens afspreken’.
Hij reageerde niet, maar we spraken af. Een weekend lang dacht ik er aan en hoopte ik en verlangde ik, en vol ongeduld wachtte ik op de maandag. En maandag deerde het me niet dat ik dit weekend minder heb geslapen dan ik ooit gedaan had. Maandag maakte ik mijn kamer enigszins netjes en kon niet wachten. Dat moest ik wel. 40 minuten, ‘als mijn huiswerk af is’ is nu eenmaal een vaag begrip. Maar toen kwam hij, en het was goed. We dronken thee, praatten, wandelden. Twee vrienden die het gezellig hebben. En toen rende hij naar de trein, en ik staarde hem na. ‘Fak!’ was het eerste dat ik zei. Mijn stemming sloeg in een keer om. Ja, het was gezellig. Hij heeft zelfs gezegd dat we binnenkort zoiets weer gaan doen. Ja, het was een toffe middag. Meer niet. En dat is juist het freakin probleem. Er was geen vlaag van een suggestie dat hij misschien ook maar een beetje iets voelt. Geen vonkje. Geen hoop. Iedere keer als ik hem zie slaat mijn hart al bij voorbaat op hol. Iedere keer maakt een toffe middag een eind aan mijn hoop.
and i know it doesn’t make sense
i know we decided to be just friends
but i didn’t think we’d be just friends forever
i mean…
i wanted to be eighty together
Andrea Gibson – Anything
Geplaatst door: Nelleke op: november 4, 2009
you always said autumn was beautifull
the leaves might be dying, but they died with the thought of new leaves coming around again
you liked the thought of new hope
you liked the thought of last glow of summer
you liked the thought of the ending before the new begin
people say autumn has bad wheather
but you always said you liked bad wheater
you were the one to like what no one loves
so i guess you should love today
you should love that last glance of hope
which fell down like a leave
you should love the silence
you can’t hear trough the wind
you should love right now
you was the one of the unhappy feelings
you were the one
without care of love
i’d say today would be your lucky day
i’d say today is terrible
i’d say i’m cold
how do you explain
those tears in your eyes?
how do you deal with something
like this?
do you even care what i am saying now?
do you even care people are crying
themselfes a sleep tonight?
did you care about a falling leave
even once?
smile
God loves you
smile
life sucks
smile
it doesn’t really matter
smile
cause if you’re not, all there’s left is crying
smile
smile away your tears
it doesn’t make any sense
this world is a mess, and it’s getting worse
how do you even dare to hope?
how do you even dare to be happy?
smile
smile like it’s the only thing that matters
it’s the only way
to make things right
1) Ze zat een klas lager op school, en we hadden gemeenschappelijke vrienden. Het enige wat ik nog echt weet is dat ze een keer heel heftig reageerde toen iemands iets gemeens zei over haar vader. Iemand zei dat haar vader een ongeluk had gehad, en nu ziek was, en jaren later kwam ik er pas achter dat dat de onderdrijving van de eeuw was. Toen ik haar vader leerde kennen.
Week aan week zat hij schuin voor mij in de kerk, in zijn rolstoel, en week na week was hij het enigste gemeentelid dat iedereen die hij tegenkwam groette, en iedere week opnieuw aan dezelfde mensen vroeg hoe ze heetten. De letters in zijn psalmboek waren zo groot dat ik, twee rijen achter hem, kon meelezen als ik eens te lui was zelf het lied op te zoeken. Hij kon geen wijs houden, en liep soms een halve zin voor of achter, maar hij zond luidkeels mee. Hij was de enige die klonk alsof hij meende wat hij zong. Ik keek toe hoe hij de avondmaalswijn dronk, met een rietje, geholpen door twee vrouwen, en het dan nog klaarspeelde te knoeien. Ik hoorde hem dienst na dienst de dominee bedanken voor de preek, en de hele kerk luisterde en glimlachte naar hem, hoewel hij drie keer zo lang nodig had een zin te zeggen, en de helft hem dan alsnog niet verstond.
Maar het meest viel hij op door de aanhoudelijke vraag om gebed. Keer of keer baden we weer voor hem, omdat hij om gebed had gevraagd. Nee, we baden niet voor hem. We baden voor zijn dochters, die allebei het geloof in God waren kwijtgeraakt, en we baden voor zijn vrouw, die welliswaar na zijn ongeluk van hem gescheidden was, maar van wie hij nog net zoveel hield. En dan dacht ik altijd: ‘wat moet dát zwaar zijn, als je vader of man van chirurg naar kasplantje gaat, in één klap.
Ik heb haar nog twee keer teruggezien. Een jaar geleden was ze ineens een halve middag mijn collega in een vakantiebaantje, en drie weken daarvoor had ik haar belijdenis zien doen. Weet je hoe oud ze nu is? 18. Haar vader is ernstig gehandicapt, en haar moeder is dood. Vrijdag is de begrafenis, mocht het iemand interesseren.
2) Ze zat ook bij me op de basisschool, en daarna op de middelbare school, al kan ik me niet herinneren dat ik ooit een woord met haar heb gewisseld. Maar wat me is bijgebleven is de advertentie van haar oma, twee weken nadat iemand zei dat ze anorexia had, en dat het steeds slechter ging. Zo hoopgevend, voor een rouwadvertentie. Zo vol van geloof en vertrouwen. Deze week is die oma overleden. Ik ken haar niet, maar ze was ooit de oma van dit meisje, en waarschijnlijk van nog een heleboel kennissen van me, zo gaat dat in kleine, gereformeerde dorpjes. Vrijdag is de begrafenis.
3) Ze zat bij me op de basisschool, en in de kerk. Heel lang geleden was ze zelfs mijn vriendin. De enige keer in mijn leven dat ik heb belletjegetrokken was samen met haar. Tegenwoordig is ze het meisje dat vindt dat ik homo’s discrimineer met mijn msnnamen, en het meisje waarvan mijn moeder vertelde dat ze samenwoont, op een toon alsof dat het ergste is wat je kan overkomen. Haar oma, die ook bij mij in de kerk zat, is al zolang ik me kan herinneren oud en ziek, maar nu niet meer. Maar haar vader heeft twee maanden geleden een beroerte gehad, en doet nu niets anders meer dan in bed liggen, en moet opnieuw leren lopen en praten, en zo wordt het net iets te veel ellende in één familie in korte tijd. Ze is trouwens ook de oma van die ene jongen met wie ik toen op kamp ben geweest. En van die jongen die als enige op catechisatie hersens bleek te hebben. En van het meisje, van wie ik in mijn hele kindertijd haar mooie blonde haren heb bewonderd. En ze was de moeder van mijn kapster. En de schoonmoeder van… Genoeg namen. De begrafenis is aanstaande vrijdag.
4) Ik heb een groot deel van mijn leven niks van wiskunde gesnapt, terwijl ik mijn best bleef doen. Totdat hij mijn leraar werd. Hij was geen geweldige uitlegger, maar hij bleef maar uitleggen, en ik vond het bij hem niet erg om een som van de vorige dag nog eens te vragen. Er was eens een les dat de hele klas spijbelde, behalve die drie meisjes voorin, die het zich gewoon niet konden veroorloven wiskunde te spijbelen. En zijn ogen glunderden, want hoewel hij boos was op de rest, wij drie hadden bewezen dat zijn lessen iets waard waren. Wij drie waren aan wie hij de les gaf, in feitte. Er waren drie nerds, die de antwoorden al riepen voor hij ze had, en er was een klas, die het allemaal niets kon schelen, en die flink zat te klooien. Het was weliswaar geen apenkooi, maar hij was niet de meest geweldige in orde houden. Maar hij was wel aardig. ‘Jullie begrijpen me beter dan mijn vrouw doet.’ zei hij over wiskunde, en lachtte om zijn eigen grapje. Ze is van de trap gevallen.
5) Toen mijn moeder vanavond belde, en maar een halve zin uitwijdde over dat ze ziek is en peniciline slikt, wist ik dat er iets anders was. (hé, mijn moeder belt maar 3 keer per jaar, dan moet er wel wat bijzonders zijn) ‘ik heb slecht nieuws. er zijn heel veel mensen overleden.’
Ken je het gevoel van de halve miliseconde tussen de wetenschap slecht nieuws te krijgen, en het slechte nieuws? Dan ga je denken aan je grootouders en je ooms en tantes, en aan hele gezinnen in één keer. Dan snap je dat ik heel even opgelucht was toen ze over mijn wiskundeleraar begon.
Er zijn weliswaar vier mensen dood, maar geen mensen om wie ik veel gaf, of die ik zal missen. Ik vind het erg voor hun familie, that’s all. Ik heb er geen traan om gelaten, alleen een vaag gedichtachtig iets geschreven wat je hierboven kunt lezen. En ik heb 20 keer any other world geluisterd, en daarna evergrey aangezet.
Ik heb dat liedje ooit geleefd, weet je dat? Een paar maanden geleden toen ik zo depressief was dat ik opnieuw aan zelfmoord dacht, maar het aan niemand, zelfs niet aan deze blog vertelde, totdat Karst Tates mijn leven redde. (nee die zin hoef je niet te snappen, echt niet.) Onderweg naar de supermarkt huilde ik, tot ik halverwege een bekende tegenkwam, en glimlachte. De tekst van mijn masker zong in mijn mp3speler: smile, and try to mean it. en het lukte. Bijna. Maar nu is het weer gewoon een liedje. Een ontzettend mooi liedje, maar niet meer een motto. Niet meer de methode om door de dag te komen. Ik heb geen wilskracht meer nodig om te lachen. Er zijn vier mensen dood, maar de wereld is geen freakin seconde gestopt met draaien.
Misschien is het mooie van de herst wel dat het de herinnering, én de belofte van lente bij zich draagt.
autumn is the hardest season
the leaves are all falling
and they’re falling like they’re falling in love with the ground
and the trees are naked and lonely
I keep trying to tell them
new leaves will come around in the spring
but you can’t tell trees those things
they’re like me they just stand there
and don’t listen
photograph – andrea gibson
Geplaatst door: Nelleke op: oktober 22, 2009
Mijn eerste reactie was dit liedje te haten, want het was Nelly die mij de link stuurde. Nelly, die er helemaal weg van is. Nelly die niet kan slapen, en niet studeren, omdat haar vriend één week weg is. Maar halverwege het liedje kon ik het niet meer volhouden, die negatieve houding.
Het klopt te erg!
Nee het klopt niet, ik heb geen ‘you’ waar ik nog steeds aan denk, ik heb geen tweepersoonsbed wat leeg aan voelt. Ik heb nooit een you gehad. Ja, ik weet niet hoe het voelt om je vriend een week te missen. Of je vriendin drie maanden. En ik ken de pijn nadat het uit is al helemaal niet.
En dat is prima. I’ll be fine. I am fine. I don’t need you. Meestal zeg ik dat. Meestal geloof ik dat. Meestal neem ik aan dat het wel ooit zal komen. Ooit. Ver weg van hier. Als God vindt dat het tijd is.
En overal om mij heen zijn er relaties. Ik ben één van de drie meisjes op de studentenvereniging zonder vriend. En dat maakt me vaak een klein beetje de buitenstaander. Dan droom ik. Dan hoop ik. Het liefst van de wereld wil ik ook een you.
Nee, een relatie is ook niet alles. Ik weet wel dat dat ook heel vervelend kan zijn. Nee, en als het net uit is, voel je je nog veel vervelender dan ik nu. Weet ik ook wel. Ik weet het allemaal. Vooral dat ik een you wil.
Nee, 20 is extreem jong. Als ik op mn 35e pas iemand ontmoet is het ook prima. Maar ik ben zo’n eng conservatief meisje. Als ik vroeger vooruit keek dacht ik dat ik op mn twintigste al lang getrouwd zou zijn. Ik wil nog steeds al lang getrouwd zijn. Goed, okee, twintig is wel heel jong. Maar op mn 24e toch zeker wel. En als ik afgestudeerd ben al helemaal.
That’s me. Heel af en toe komt bovenstaande boven. Heel af en toe voel ik me een dagje zo. Vooral als vriendinnen het de halve dag over het missen van hun vriendje hebben en dan ook nog zulke liedjes sturen. Vooral als de gesprekken aan tafel over vriendjes en huwelijksaanzoeken en bruiloften gaan.
Toen Elisabeth verkering kreeg, voelde ik me een avond lang heel erg rot, en heb ik die avond gehuild en gebeden zoals ik nog nooit had gebeden, en de volgende dag werd ik verliefd op Nande. Echt waar, ik zei iets, en hij zat toevallig naast me en lachtte, en ik dacht hé, wat voel ik nou? En voor ik het wist was ik smoorverliefd.
Dat, en het feit dat hij mij mee vroeg naar een musical, en dat het goed met hem klikte, maakte dat ik dacht dat het zou gaan gebeuren, maar nee. Hij zei dingen als dat hij nog geen relatie wilde, en dat hij op niemand verliefd was, en ik heb hem nu al in geen maanden meer gezien of gesproken.
En zo gaat het altijd. Ik hoop, ik droom, ik fall in love, ik hoop en droom nog meer, en alles gaat voorbij. But i’m still thinking about you.
Misschien ooit. Misschien nooit. Pas als ik er klaar voor ben. Pas op Gods tijd. Het is hoe dan ook wel goed. I am fine. I’ll be fine. I’ll be fine. I’ll be fine. I can live without a you.
Geplaatst door: Nelleke op: oktober 5, 2009
Ze zeggen: De school is afgebrand.
Ze zeggen: De school is afgebrand, afgebrand
Afgebrand, ze zeggen: De school is afgebrand!
Wat zullen de mensen huilen, huilen.
Wat zullen de mensen huilen, huilen!
Wat zullen de jongens lachen, lachen.
Wat zullen de jongens lachen, lachen,!
Wat zullen de meisjes dansen, dansen.
Wat zullen de meisjes dansen, dansen!
Het was in groep twee dat ik dat liedje leerde. En ik vroeg me toen al af, klein nadenkend meisje als ik was: hoe zou dat nou voelen? Zouden de kinderen écht alleen maar blij zijn, of zouden we het gebouw toch eigenlijk missen? Een school die afbrandt, dat is natuurlijk hartstikke erg!
Maar de school brandde niet af. Ik ging naar groep 3, en naar groep 4, en naar groep 8, en toen was het ineens over. Ik kreeg een nieuwe school, en dat oude gebouw was ineens alleen maar een stukje vroeger. De plaats waar ik nog weleens kwam om mijn jongste zusje te halen of te brengen. En tegen de tijd dat zij oud genoeg was om zelf te fietsen, waren er toch al bijna geen meesters en juffen meer die ik kende, of die mij hérkenden, en geen haar op m’n hoofd die er aan dacht om nog eens terug te gaan.
Er was nog eens een reunie, maar toen kon ik niet. En hij zou gesloopt worden, en ik nam me voor nog een keer langs te gaan. Dat moest snel gebeuren, want mijn zusje had zelfs al les in een ander gebouw. Maar waarschijnlijk was het er toch nooit van gekomen. Wat kan mij zo’n gebouw nou schelen?
En dan zie je je school ineens terug op youtube. De rode verf, die nieuw was in groep 5, de vertrouwde hekken, klimrekken, lokalen. En grote, rode vlammen op het dak; zwarte rook vulde mijn beeldscherm. Na al die jaren, is wat er in dat liedje staat dus uitgekomen…
Ik hoor niet meer bij de meisjes, ik hoor bij de mensen. Ik zag de beelden, en ineens werden mijn wangen nat. Ik kwam er nu pas achter hoe dierbaar dit plekje was, hoe graag ik er als kind dagelijks kwam. Het was een stukje jeugd, waar ik nooit naar omkeek, maar wat hoe dan ook bestond. Het stond daar op mij te wachten, en ooit zou ik er misschien weer terugkomen, en dan zou ik zeggen ‘hé, dat was lang geleden, en wat is er veel veranderd…’
Nee. Het zou toch al weggaan. Geen schoolboek, geen schriftje en geen knutselwerkje is omgekomen. Het stond leeg, klaar voor de sloop. Daar had ik vrede mee, dat is nu eenmaal hoe het leven gaat. Maar iemand anders heeft het nu al gedaan. Dat kleine stukje dierbare jeugd van me, moedwillig in de fik gestoken…
Geplaatst door: Nelleke op: september 29, 2009
Het is mijn eerste les ethiek. Als ik me van te voren probeer voor te stellen hoe het zal zijn, is het enige wat ik me kan bedenken dat de professor bij de opening van het jaar in zijn toespraak, ergens in een bijzin zei dat hij tegen het homohuwelijk was. Ik vermaan mezelf, er zijn wel meer mensen die dat vinden, en ik ben zelf ook nog lang niet overal uit, en het is slecht om gelijk met een flink vooroordeel naar de les te gaan. Dat ik niks voorbereid heb, is al erg genoeg;). Bovendien zal het heus niet, de allereerste les over zo’n beladen onderwerp gaan, toch?
Nee. We hadden alleen een korte discussie over ivf, en hij legde een hoop dingen uit over ethiek in het algemeen. En dan telkens een kort voorbeeld, om te laten zien hoe gecompliceerd het leven kan zijn. 1 over echtscheiding, 2 over predikanten, een paar over het onderwerp van de dag, ivf, en verreweg de meeste voorbeelden over homofilie.
Of misschien denk ik wel alleen dat dat het meest voor kwam, want ik was niet zo heel geconcentreerd. Maar als dan het h-woord genoemd wordt, spits ik mijn oren en kom ik iets overeind. Is me al een keer eerder opgevallen.
Ja, homofilie; een woord dat wat mij betreft uit het woordenboek geschrapt mag worden. Als je dat zegt denk ik al bij voorbaad dat je achterlijk en bekrompen bent, en er nog nooit echt overna hebt gedacht. Maar dit was een professor, dus hij zal echt wel nagedacht hebben. Wat hij allemaal zei klonk heel redelijk. Hij heeft gewoon een ander standpunt dan ik heb (ik heb nog steeds het standpunt van twijfel, maar ik neig al wel naar die ene richting), maar dat kan gebeuren, toch?
En toen merkte ik iets heel bijzonders. Ik zat tegenover deze professor nog in de kast, en normaal voel ik dat – zeker als het gesprek er ook nog over gaat – als een belemmering van mijn vrijheid. Maar nu vond ik het juist fijn. En ik bedacht me dat ik eigenlijk best wel in de kast zou willen blijven, in ieder geval tegenover mijn leraren. Niet dat dat gaat werken, want mijn klasgenoten zijn gewend dat er vrij over gepraat mag worden, en ik ga ze echt niet anders vertellen. Wellicht komt hij of iemand anders er vroeg of laat achter, en dat is prima. Het was gewoon maar even, dat gevoel.
Uit de kast komen is trouwens een doorgaand proces. Ik ben vorig jaar lid geworden van een studentenvereniging, en daar uit de kast gekomen. En ja, dan komen er ineens nieuwe eerstejaars binnen wandelen.
De helft van hun weet het al. Ik zal in het midden laten hoe en wanneer dat gebeurd is. Dan zijn er een paar mensen die van niks weten, maar die waarschijnlijk er nog wel achter komen. Als het aan mij ligt, is homoseksualiteit helemaal geen taboe, en kunnen ze het een keer van iemand te horen krijgen. Net zoals dat ik vegetariër ben. Ik heb het misschien aan een of twee verteld toen het eens ter sprake kwam, en vermoedelijk weten ze het allemaal al lang nu. Maar als het taboe te groot is, zullen ze het wel vroeg of laat van mij horen, of gaan ze zich afvragen waarom theepot een groffe bijnaam zou zijn voor mij.
Tegen een meisje heb ik eens, bij mij thuis gezegd dat ik gay ben, toen ik vertelde dat iemand op maroc.nl mijn halve blog over homoseksualiteit gekopieerd heeft, en alleen wikipedia als bron vermeld. Maar ze is er verder nooit meer op in gegaan, dus ik denk dat ze nu denkt dat ik lesbisch ben. Wat ook best grappig is.
Dat heb ik eigenlijk expres zo gelaten, want iedereen denkt altijd dat ik wél op jongens, en níét op meisjes val, tot het eens ter sprake komt, en ik (of iemand anders) vertel dat ik bi ben. Nu denkt er iemand dat ik níét op jongens, en wél op meisjes val, en pas als het ter sprake komt zal ik vertellen dat ik bi ben. Gewoon, voor het evenwicht.
Heel raar, want het is net dit meisje waarmee ik vriendin dreig te gaan worden. In ieder geval het meisje waarmee ik samen studeer, en regelmatig meer praat dan studeer. We hebben ook samen in een melige bui heel hard zitten lachen om die theepot. En toch, nooit een dieper gesprek er over gehad.
Taboes…
Geplaatst door: Nelleke op: september 17, 2009
Iets na half 5 pak in mijn fiets uit de fietsenstalling. Nog een uurtje naar huis, dan avondeten bij vrienden. ‘He Nelleke!’ een mij goed bekende stem klinkt vanuit het dichtstbijzijnde raam: de wc’s van het gebouw naast het mijne. Hoewel Mick en Nande in dat gebouw leskrijgen, ben ik ze dit schooljaar nog geen enkele keer tegen gekomen. Van Nande vind ik dat wel, maar van Mick eigenlijk niet zo jammer, zei ik gisteren nog tegen Annelies. Niet dat ik Mick onaardig vind hoor, maar hij is zo.. Mick . Af en toe wordt je helemaal gek van em.
Mick hing uit het raam van de wc, en terwijl hij zijn tanden poetste met een elektrische tandenborstel informeerd hij hoe het met me gaat. (hoe erg moet je niet sporen om je tanden op de universiteit te poetsen?) ‘Heb je anders zin om even bij te kletsen?’ vraag ik. ‘Nee, geen tijd, ik wou de trein van 5 uur nemen.’ Nadat ik mijn telefoon weer uitdruk (drie keer gebeld in 1 week! Ik ben haast populair) stelt híj voor dat we nog even door het park wandelen.
Ik moet nog een paar minuten wachten voor hij de wc’s verlaat, en dan verteld Mick blij hoe ontzettend toevallig of vol leiding het is dat ik mijn fiets pak, nét op het moment dat hij er vanuit het raam naar staat te staren. ‘Dat had geen toeval hoeven zijn, zeg ik, als je met me wil wandelen kun je ook gewoon smsen.’ Ja, want ik zal hém nooit mee vragen. In onze hetero maatschappij moet al het initiatief van de man komen; dat zie je ook bij verkering. Wat onze wandelingen door het park met verkering te maken hebben snap ik niet, maar volgens Mick is dat ‘net zo iets.’
We ploffen neer op een bankje, en Mick vertelt. Over de jongen uit zijn klas waarvan hij eerst dacht dat hij homo zou zijn, maar een vriendin heeft, over een andere jongen waarvan hij het sterk vermoed, over een jongen die hij eens op een meeloopdag had gezien en meteen gemaild had met de vraag hoe hij er mee omgaat. ‘Heb jij nog andere homo’s in je cluster?’ nee, bij mijn weten niet, en eerlijk gezegd kan het me ook weinig schelen.
Met de jongen van de meeloopdag heeft hij een hele discussie gevoerd per email, waaruit ik natuurlijk ieder detail moet horen. De jongen legt romeinen 1 pro-relatie uit, en hoe noemde Mick dat? Een duistere theorie.
Wat moet het toch heerlijk zijn als je de waarheid in pacht hebt!
Geplaatst door: Nelleke op: september 15, 2009
Natuurlijk. Een half uur lang op een station zitten zonder bekenden tegen te komen is nog altijd onmogelijk. Ze zijn van mijn studentenvereniging, een pasgetrouwd stelletje. Hij is nogal vrolijk. ‘Helloow, how arrre you today?’ Ik aarzel, maar hij verwacht een antwoord. ‘Fine,’ zeg ik, omdat we kennelijk in het engels bezig zijn. Leugen 1.
We praten wat. Hij heeft wadgelopen en vraagt daarna of ik nog wat bijzonders gedaan heeft. ‘We hebben gegeten met de hele halve kerk. En ik ben nog naar mijn oma geweest, maar dat doen we elke zondag, dus dat is niets bijzonders.’ ‘Gewoon goed dus.’ Hij doelde op mijn weekend. Ik herhaal het zacht: ‘Ja, gewoon goed.’ Leugen 2.
Nee, dat eten met de kerk kon me gestolen worden. 15 verschillende hoofdgerechten, maar geen een vegetarisch? Bovendien ben ik al twee jaar weg uit die kerk. Ik voel me steeds meer een vreemdeling, en minder een gemeentelid. Na ‘hoe is het met de studie?’ heb ik niks meer te bepraten. De gesprekken tussen de weinige leeftijdsgenoten van me gaan daar al over luiers en borstvoeding en zwangerschapsverlof. Dus ik heb volop met mijn zusjes en nichtjes gesocialised, al had ik daarvoor niet naar de kerk hoeven komen. Nee, ik kwam niet voor de kerk.
Twee weken geleden was ik begonnen met het opruimen van mijn oude kamer, en ik had beloofd het af te maken. Die kamer was een ***zooi, en uiteraard was dat helemaal mijn schuld. Dat ik meer tijd kwijt ben geweest met het opruimen van dingen die daar door anderen zijn neergegooid omdat ze daar voor niemand in de weg lagen, of omdat het er toch al een zooi was, heb ik maar niet meer hardop gezegd. Het ziet er nu trouwens nog steeds niet helemaal netjes uit, maar ach, mijn moeder wilde er kunnen stofzuigen, en dat kan ze nu. Wedden dat er met kerst nog steeds niet gestofzuigd is?
Ik kwam ook voor iets anders. Twee weken geleden heb ik er een halve zondagmiddag huilend op mijn kamer doorgebracht. Weet je wat ik toen daarover gezegd heb? Dat ik pás zondagmiddag moest huilen. De meeste weekends gebeurt het een heel stuk eerder. Ik ging er toen weg met het intense verlangen pas met kerst weer terug te komen, maar dat kón niet, vanwege die belofte. Vandaar dus dit weekend, wat ik als een soort laatste kans beschouwde.
Weet je, ik wíl helemaal geen ruzie met mijn ouders. Het gebeurt gewoon. Ik wil helemaal niet op zo’n manier over ze praten of denken, maar het doet zo’n pijn, er niet thuis zijn. Ik ging er vrijdag met ontzettende tegenzin heen. Dé pefecte houding om conflicten te voorkomen (ahum), en dat had ik zelf ook nog wel door. Ik vroeg aan God of Hij me wilde helpen en probeerde positief te denken.
Ik probeerde me ook positief te gedragen. Door bijvoorbeeld niet pas om half 12 te komen, maar ik zat er al om 9 uur. Vrijdagavonden kunnen vaak wel gezellig zijn. Maar alleen de hamster was thuis! Niemand die tegen mij gezegd had dat ze ergens heen gingen, nergens een briefje of andere aanwijzing. Toen ik om 12 uur al bijna – onder invloed van de tv – ging geloven in horrorverhalen zoals dat ik ze allemaal dood in hun bed zou aantreffen als ik maar naar boven liep, kwamen ze binnen; ze waren naar een verjaardag geweest. (had dat dan gezegd! dan was ik nog wat eerder gekomen en gezellig meegegaan; of nog een paar uur op mijn kamer gebleven!)
Over alles wat mijn vader tegen mij gezegd heeft, kan ik kort zijn: hij heeft één of twee keer kritiek geleverd over mijn kleding, en ‘normale mensen gaan voor 12en naar bed.’ Of nee: ook nog ‘wat moet je’ en ‘het is acht uur’. Das wel typisch voor hoeveel contact ik met mijn vader heb. ‘t Was meer dan gemiddeld, dit weekend. Maar misschien ligt dat wel niet aan mij, want volgens mijn zusje is hij tegenwoordig ‘nooit meer niet chagrijnig’
Mijn moeder is anders. Ook zij zeurt over mn kleding. ‘Ik denk dat ze expres dat aantrekt om mij te pesten.’ zei ze dit keer. Nee mam, ik weet dat het riemlusje kapot is en de zak loszit, maar dit is een van mn beste broeken. Ik wéét dat ik iets nieuws moet kopen, maar dat lukt telkens maar niet, door een gebrek aan tijd of geld, en door een moeilijke maand. Ze heeft dus gelijk op dat punt; maar dat geeft haar niet het recht te zeuren! Op alles wat ik doe en nalaat heeft ze trouwens ook commentaar. En uiteraard: ‘wanneer ga je nou eens lijnen, Nelleke?’
Maar de dingen die ik wil die ze zegt zegt ze nooit. Dat zijn: ‘hoe was de reis, en hoe beviel je studie, en hoe gaat het verder met je?’ Ik ben freakin afgelopen maandag aan een nieuwe studie begonnen. Nobody even asked. Dat ik 6 uur reizen moet spenderen om haar te zien komt ook niet echt in haar op, geloof ik. Of ze is gewoon niet in me geintresseerd, dat zou ook heel goed kunnen.
Behalve opruimen heb ik veel gecomputerd, zaterdag. Niet dat ik graag wilde computeren, maar hij stond vrij, en dat was in mijn hele kindertijd zo iets bijzonders dat ik dan altijd mijn kans waarnam. Later hoorde ik dat mijn moeder mij er bewust niet had afgestuurd omdat ze mij eens wou laten. Like, zeg dat dan. Ik was totaal niks boeiends aan het doen en ze had zo gemogen. Iedere keer als ik wél ergens mee bezig ben, suurt ze me er zo af.
Zondag draaiden we het gebruikelijke programma van kerk en oma af; en na de lunch ging ik samen met een zusje afspraken maken om samen een boek te schrijven. We hebben 14 hoofdpersonen plus karakter, en waarschijnlijk strandt het project binnen twee maanden, maar ach, hebben we weer even iets dat ons samenbindt.
Toen we dat intypten op de computer, en ik heel even opstond; nam mijn moeder ineens mijn plek in. Ze klonk chagrijnig. ‘Je wist toch al dat ik wou??’ Nee, dat wist ik niet. Ik kan nog altijd geen gedachtenlezen, en als ze het gezegd had; niet tegen mij. Afijn; ik mocht de zes regels die ik nog moest typen afmaken, staand. Omdat ik me begon afvragen wat ik de rest van de avond ging doen, bedacht ik ineens dat ik nog moest checken hoelaat ik weg moest; maandagochtend.
‘mag ik nog even snel op 9292 kijken?’ ‘Nee, je hebt de hele avond al gecomputerd, en ik ben gister ook al niet geweest!’ (is 20 minuten trouwens een hele avond?) Goed, dan niet. Tegenwoordig kan het ook op de wii. Maar ook dat mag niet; mijn zusje zit youtubefilmpjes te kijken. Mijn moeder is ook het een en ander aan het laden en ik vraag nog eens of ik even op 92 mag. Nee.
Drie minuten later vraagt mijn moeder hoe laat ik wegga, maandagochtend. ‘Dat weet ik niet,’ zeg ik lakoniek, ‘ik mag immers niet op 92 kijken!’ Ineens begint mijn moeder, out of the blue, te schreeuwen. ‘Zit toch niet zo te zeuren!!! Je hebt de hele dag al gecomputerd! Dat had je dan toch kunnen doen!!’ Ik heb net iets te veel hoofdpijn om terug te schreeuwen. Ik beperk me tot een ‘nee hoor, ik heb niet de hele dag gecomputerd.’ en loop de kamer uit. Bij mijn vader, van wie ik zoiets veel minder snel verwacht, mag ik wél even kijken. Duurt nog geen twee minuten, en ik weet tenminste hoe laat ik op moet.
Ik neem een warm, ontspannend bad, en slaap daarna een onrustige nacht, waarin ik met telkens ergere migraine (voor het eerst sinds juni!) wel tien keer wakker word. Het is nog donker als mijn wekker gaat. Ik neem een paracetemol en probeer tijdens het aankleden te negeren dat mijn maaginhoud roept om vrijheid. Naar de bushalte lopen blijkt veel minder erg te zijn dan je zou denken met migraine, maar drie uur ov en 5 uur college is wel weer een behoorlijke kwelling; al wordt migraine gelukkig meestal in de loop van de dag wel minder.
Het vervelendst van zo’n maandag is echter dat iedereen maar vraagt hoe het weekend was. En dat je dan kan liegen en je slecht voelen omdat je liegt en omdat je niemand hebt om erover te praten; of de waarheid spreken, en iedereen schokken. Ik heb één keer, lang geleden voor het tweede gekozen; en de gezichten van mijn ubergrefovriendjes waren een mengeling van schok, afkeuring en droevenis. Iets onaardigs over je ouders zeggen; dat is natuurlijk gelijk een zonde tegen het 5e gebod.
En dan hoor je allerlei mensen praten en doen over hún weekend en hoe tof zijn ouders zijn, en dan voel je je eenzaam. Ik voel me schuldig dat het niet botert tussen mij en mijn moeder, en dat mijn vader steeds minder een relatie met me heeft. Een weekend moet altijd slijten. Dit was een ‘goed weekend’ maar ik zal nog wel anderhalve week me ineens terwijl de rest lacht me even eenzaam voelen; of extra stil als het gesprek over familie gaat, en denken: ze moesten eens weten. Deze hele week zal ik me slecht kunnen concentreren op mijn studie.
Dat is dé reden waarom ik met tegenzin naar hun ga. Het verpest mijn hele geestelijke gezondheid achteraf. Maar tot de kerst niet meer gaan? Kan ik dat? Wil ik dat? Niet veel mensen zullen me geloven, maar ik houd echt freaking veel van mijn ouders. Ik zou er echt ontzettend veel, zo niet alles, voor over hebben een goede band met ze te hebben. En ik hou van mijn zusjes. Ik mis ze nu al. Ik weet niet wat verstandig is. Wegblijven en zo mijn eigen humeur proberen goed te houden, of te blijven gaan, en te blijven proberen en te blijven hopen dat het beter zal gaan, en – zeer waarschijnlijk – me steeds weer teleurgesteld, afgewezen en eenzaam voelen. Ik weet wel wat mijn familie zou zeggen, als ik wegbleef. Dat ik een ontrouwe dochter ben. Ik weet wel wat mijn moeder zou denken. Dat ik niet genoeg van haar hou. Ze moesten eens weten.
Geplaatst door: Nelleke op: september 10, 2009
I am all gone
It is very serious
Situation HELP
Situation SOS
I cannot understand myself
Where did you appear form?
The light is shutting down
I am flying somewhere
Without you there is no me
I don’t want anything
It is the slow poison
It is making me crazy
But the say it is all my fault.
I’ve lost my mind
I’ve lost my mind
I need her
I need her
I have lost my mind
I need her.
Without you I am not myself
Without you there is no me
But they say, they say
It is delirium
It is poison from the sun
It is making me crazy
But they say it is all my fault
I did try to forget
To the end and down
I did count the poles
And confused birds
Without you there is no me
Let me go, let me go
To the corner and down
Mom, Dad forgive me
I’ve lost my mind
I’ve lost my mind
I need her
I need her
I have lost my mind
I need her.
1,2 go after 5
Mom, Dad forgive me
I’ve lost my mind
1,2 go after 5
Mom, Dad forgive me
I’ve lost my mind
I’ve lost my mind
I’ve lost my mind
I need her
I need her
I have lost my mind
I need her.
Nee, mijn ouders hebben nooit muziek waarin niet gevloekt werd (of die over God/goden of de duivel ging maar toch niet christelijk waren) verboden, maar ze lieten hun afkeuring wel duidelijk merken. Maar hé, ik was een puber; dus dit was mijn favoriete muziek. Zoenende vrouwen in een clipje wonnen het van eminems i’m sorry mama!
Recente reacties