Nelleke’s Blog

smile

Geplaatst door: Nelleke op: november 4, 2009

you always said autumn was beautifull
the leaves might be dying, but they died with the thought of new leaves coming around again

you liked the thought of new hope
you liked the thought of last glow of summer
you liked the thought of the ending before the new begin

people say autumn has bad wheather
but you always said you liked bad wheater
you were the one to like what no one loves
so i guess you should love today

you should love that last glance of hope
which fell down like a leave
you should love the silence
you can’t hear trough the wind

you should love right now
you was the one of the unhappy feelings
you were the one
without care of love

i’d say today would be your lucky day
i’d say today is terrible
i’d say i’m cold

how do you explain
those tears in your eyes?
how do you deal with something
like this?

do you even care what i am saying now?
do you even care people are crying
themselfes a sleep tonight?

did you care about a falling leave
even once?

smile
God loves you

smile
life sucks

smile
it doesn’t really matter

smile
cause if you’re not, all there’s left is crying

smile
smile away your tears

it doesn’t make any sense
this world is a mess, and it’s getting worse

how do you even dare to hope?
how do you even dare to be happy?

smile

smile like it’s the only thing that matters
it’s the only way
to make things right

1) Ze zat een klas lager op school, en we hadden gemeenschappelijke vrienden. Het enige wat ik nog echt weet is dat ze een keer heel heftig reageerde toen iemands iets gemeens zei over haar vader. Iemand zei dat haar vader een ongeluk had gehad, en nu ziek was, en jaren later kwam ik er pas achter dat dat de onderdrijving van de eeuw was. Toen ik haar vader leerde kennen.

Week aan week zat hij schuin voor mij in de kerk, in zijn rolstoel, en week na week was hij het enigste gemeentelid dat iedereen die hij tegenkwam groette, en iedere week opnieuw aan dezelfde mensen vroeg hoe ze heetten. De letters in zijn psalmboek waren zo groot dat ik, twee rijen achter hem, kon meelezen als ik eens te lui was zelf het lied op te zoeken. Hij kon geen wijs houden, en liep soms een halve zin voor of achter, maar hij zond luidkeels mee. Hij was de enige die klonk alsof hij meende wat hij zong. Ik keek toe hoe hij de avondmaalswijn dronk, met een rietje, geholpen door twee vrouwen, en het dan nog klaarspeelde te knoeien. Ik hoorde hem dienst na dienst de dominee bedanken voor de preek, en de hele kerk luisterde en glimlachte naar hem, hoewel hij drie keer zo lang nodig had een zin te zeggen, en de helft hem dan alsnog niet verstond.

Maar het meest viel hij op door de aanhoudelijke vraag om gebed. Keer of keer baden we weer voor hem, omdat hij om gebed had gevraagd. Nee, we baden niet voor hem. We baden voor zijn dochters, die allebei het geloof in God waren kwijtgeraakt, en we baden voor zijn vrouw, die welliswaar na zijn ongeluk van hem gescheidden was, maar van wie hij nog net zoveel hield. En dan dacht ik altijd: ‘wat moet dát zwaar zijn, als je vader of man van chirurg naar kasplantje gaat, in één klap.

Ik heb haar nog twee keer teruggezien. Een jaar geleden was ze ineens een halve middag mijn collega in een vakantiebaantje, en drie weken daarvoor had ik haar belijdenis zien doen. Weet je hoe oud ze nu is? 18. Haar vader is ernstig gehandicapt, en haar moeder is dood. Vrijdag is de begrafenis, mocht het iemand interesseren.

2) Ze zat ook bij me op de basisschool, en daarna op de middelbare school, al kan ik me niet herinneren dat ik ooit een woord met haar heb gewisseld. Maar wat me is bijgebleven is de advertentie van haar oma, twee weken nadat iemand zei dat ze anorexia had, en dat het steeds slechter ging. Zo hoopgevend, voor een rouwadvertentie. Zo vol van geloof en vertrouwen. Deze week is die oma overleden. Ik ken haar niet, maar ze was ooit de oma van dit meisje, en waarschijnlijk van nog een heleboel kennissen van me, zo gaat dat in kleine, gereformeerde dorpjes. Vrijdag is de begrafenis.

3) Ze zat bij me op de basisschool, en in de kerk. Heel lang geleden was ze zelfs mijn vriendin. De enige keer in mijn leven dat ik heb belletjegetrokken was samen met haar. Tegenwoordig is ze het meisje dat vindt dat ik homo’s discrimineer met mijn msnnamen, en het meisje waarvan mijn moeder vertelde dat ze samenwoont, op een toon alsof dat het ergste is wat je kan overkomen. Haar oma, die ook bij mij in de kerk zat, is al zolang ik me kan herinneren oud en ziek, maar nu niet meer. Maar haar vader heeft twee maanden geleden een beroerte gehad, en doet nu niets anders meer dan in bed liggen, en moet opnieuw leren lopen en praten, en zo wordt het net iets te veel ellende in één familie in korte tijd. Ze is trouwens ook de oma van die ene jongen met wie ik toen op kamp ben geweest. En van die jongen die als enige op catechisatie hersens bleek te hebben. En van het meisje, van wie ik in mijn hele kindertijd haar mooie blonde haren heb bewonderd. En ze was de moeder van mijn kapster. En de schoonmoeder van… Genoeg namen. De begrafenis is aanstaande vrijdag.

4) Ik heb een groot deel van mijn leven niks van wiskunde gesnapt, terwijl ik mijn best bleef doen. Totdat hij mijn leraar werd. Hij was geen geweldige uitlegger, maar hij bleef maar uitleggen, en ik vond het bij hem niet erg om een som van de vorige dag nog eens te vragen. Er was eens een les dat de hele klas spijbelde, behalve die drie meisjes voorin, die het zich gewoon niet konden veroorloven wiskunde te spijbelen. En zijn ogen glunderden, want hoewel hij boos was op de rest, wij drie hadden bewezen dat zijn lessen iets waard waren. Wij drie waren aan wie hij de les gaf, in feitte. Er waren drie nerds, die de antwoorden al riepen voor hij ze had, en er was een klas, die het allemaal niets kon schelen, en die flink zat te klooien. Het was weliswaar geen apenkooi, maar hij was niet de meest geweldige in orde houden. Maar hij was wel aardig. ‘Jullie begrijpen me beter dan mijn vrouw doet.’ zei hij over wiskunde, en lachtte om zijn eigen grapje. Ze is van de trap gevallen.

5) Toen mijn moeder vanavond belde, en maar een halve zin uitwijdde over dat ze ziek is en peniciline slikt, wist ik dat er iets anders was. (hé, mijn moeder belt maar 3 keer per jaar, dan moet er wel wat bijzonders zijn) ‘ik heb slecht nieuws. er zijn heel veel mensen overleden.’

Ken je het gevoel van de halve miliseconde tussen de wetenschap slecht nieuws te krijgen, en het slechte nieuws? Dan ga je denken aan je grootouders en je ooms en tantes, en aan hele gezinnen in één keer. Dan snap je dat ik heel even opgelucht was toen ze over mijn wiskundeleraar begon.

Er zijn weliswaar vier mensen dood, maar geen mensen om wie ik veel gaf, of die ik zal missen. Ik vind het erg voor hun familie, that’s all. Ik heb er geen traan om gelaten, alleen een vaag gedichtachtig iets geschreven wat je hierboven kunt lezen. En ik heb 20 keer any other world geluisterd, en daarna evergrey aangezet.

Ik heb dat liedje ooit geleefd, weet je dat? Een paar maanden geleden toen ik zo depressief was dat ik opnieuw aan zelfmoord dacht, maar het aan niemand, zelfs niet aan deze blog vertelde, totdat Karst Tates mijn leven redde. (nee die zin hoef je niet te snappen, echt niet.) Onderweg naar de supermarkt huilde ik, tot ik halverwege een bekende tegenkwam, en glimlachte. De tekst van mijn masker zong in mijn mp3speler: smile, and try to mean it. en het lukte. Bijna. Maar nu is het weer gewoon een liedje. Een ontzettend mooi liedje, maar niet meer een motto. Niet meer de methode om door de dag te komen. Ik heb geen wilskracht meer nodig om te lachen. Er zijn vier mensen dood, maar de wereld is geen freakin seconde gestopt met draaien.

Misschien is het mooie van de herst wel dat het de herinnering, én de belofte van lente bij zich draagt.


autumn is the hardest season
the leaves are all falling
and they’re falling like they’re falling in love with the ground
and the trees are naked and lonely
I keep trying to tell them
new leaves will come around in the spring
but you can’t tell trees those things
they’re like me they just stand there
and don’t listen

photograph – andrea gibson

you

Geplaatst door: Nelleke op: oktober 22, 2009

Mijn eerste reactie was dit liedje te haten, want het was Nelly die mij de link stuurde. Nelly, die er helemaal weg van is. Nelly die niet kan slapen, en niet studeren, omdat haar vriend één week weg is. Maar halverwege het liedje kon ik het niet meer volhouden, die negatieve houding.

Het klopt te erg!

Nee het klopt niet, ik heb geen ‘you’ waar ik nog steeds aan denk, ik heb geen tweepersoonsbed wat leeg aan voelt. Ik heb nooit een you gehad. Ja, ik weet niet hoe het voelt om je vriend een week te missen. Of je vriendin drie maanden. En ik ken de pijn nadat het uit is al helemaal niet.

En dat is prima. I’ll be fine. I am fine. I don’t need you. Meestal zeg ik dat. Meestal geloof ik dat. Meestal neem ik aan dat het wel ooit zal komen. Ooit. Ver weg van hier. Als God vindt dat het tijd is.

En overal om mij heen zijn er relaties. Ik ben één van de drie meisjes op de studentenvereniging zonder vriend. En dat maakt me vaak een klein beetje de buitenstaander. Dan droom ik. Dan hoop ik. Het liefst van de wereld wil ik ook een you.

Nee, een relatie is ook niet alles. Ik weet wel dat dat ook heel vervelend kan zijn. Nee, en als het net uit is, voel je je nog veel vervelender dan ik nu. Weet ik ook wel. Ik weet het allemaal. Vooral dat ik een you wil.

Nee, 20 is extreem jong. Als ik op mn 35e pas iemand ontmoet is het ook prima. Maar ik ben zo’n eng conservatief meisje. Als ik vroeger vooruit keek dacht ik dat ik op mn twintigste al lang getrouwd zou zijn. Ik wil nog steeds al lang getrouwd zijn. Goed, okee, twintig is wel heel jong. Maar op mn 24e toch zeker wel. En als ik afgestudeerd ben al helemaal.

That’s me. Heel af en toe komt bovenstaande boven. Heel af en toe voel ik me een dagje zo. Vooral als vriendinnen het de halve dag over het missen van hun vriendje hebben en dan ook nog zulke liedjes sturen. Vooral als de gesprekken aan tafel over vriendjes en huwelijksaanzoeken en bruiloften gaan.

Toen Elisabeth verkering kreeg, voelde ik me een avond lang heel erg rot, en heb ik die avond gehuild en gebeden zoals ik nog nooit had gebeden, en de volgende dag werd ik verliefd op Nande. Echt waar, ik zei iets, en hij zat toevallig naast me en lachtte, en ik dacht hé, wat voel ik nou? En voor ik het wist was ik smoorverliefd.

Dat, en het feit dat hij mij mee vroeg naar een musical, en dat het goed met hem klikte, maakte dat ik dacht dat het zou gaan gebeuren, maar nee. Hij zei dingen als dat hij nog geen relatie wilde, en dat hij op niemand verliefd was, en ik heb hem nu al in geen maanden meer gezien of gesproken.

En zo gaat het altijd. Ik hoop, ik droom, ik fall in love, ik hoop en droom nog meer, en alles gaat voorbij. But i’m still thinking about you.

Misschien ooit. Misschien nooit. Pas als ik er klaar voor ben. Pas op Gods tijd. Het is hoe dan ook wel goed. I am fine. I’ll be fine. I’ll be fine. I’ll be fine. I can live without a you.

afgebrand…

Geplaatst door: Nelleke op: oktober 5, 2009

Ze zeggen: De school is afgebrand.
Ze zeggen: De school is afgebrand, afgebrand
Afgebrand, ze zeggen: De school is afgebrand!
Wat zullen de mensen huilen, huilen.
Wat zullen de mensen huilen, huilen!
Wat zullen de jongens lachen, lachen.
Wat zullen de jongens lachen, lachen,!
Wat zullen de meisjes dansen, dansen.
Wat zullen de meisjes dansen, dansen!

Het was in groep twee dat ik dat liedje leerde. En ik vroeg me toen al af, klein nadenkend meisje als ik was: hoe zou dat nou voelen? Zouden de kinderen écht alleen maar blij zijn, of zouden we het gebouw toch eigenlijk missen? Een school die afbrandt, dat is natuurlijk hartstikke erg!

Maar de school brandde niet af. Ik ging naar groep 3, en naar groep 4, en naar groep 8, en toen was het ineens over. Ik kreeg een nieuwe school, en dat oude gebouw was ineens alleen maar een stukje vroeger. De plaats waar ik nog weleens kwam om mijn jongste zusje te halen of te brengen. En tegen de tijd dat zij oud genoeg was om zelf te fietsen, waren er toch al bijna geen meesters en juffen meer die ik kende, of die mij hérkenden, en geen haar op m’n hoofd die er aan dacht om nog eens terug te gaan.

Er was nog eens een reunie, maar toen kon ik niet. En hij zou gesloopt worden, en ik nam me voor nog een keer langs te gaan. Dat moest snel gebeuren, want mijn zusje had zelfs al les in een ander gebouw. Maar waarschijnlijk was het er toch nooit van gekomen. Wat kan mij zo’n gebouw nou schelen?

En dan zie je je school ineens terug op youtube. De rode verf, die nieuw was in groep 5, de vertrouwde hekken, klimrekken, lokalen. En grote, rode vlammen op het dak; zwarte rook vulde mijn beeldscherm. Na al die jaren, is wat er in dat liedje staat dus uitgekomen…

Ik hoor niet meer bij de meisjes, ik hoor bij de mensen. Ik zag de beelden, en ineens werden mijn wangen nat. Ik kwam er nu pas achter hoe dierbaar dit plekje was, hoe graag ik er als kind dagelijks kwam. Het was een stukje jeugd, waar ik nooit naar omkeek, maar wat hoe dan ook bestond. Het stond daar op mij te wachten, en ooit zou ik er misschien weer terugkomen, en dan zou ik zeggen ‘hé, dat was lang geleden, en wat is er veel veranderd…’

Nee. Het zou toch al weggaan. Geen schoolboek, geen schriftje en geen knutselwerkje is omgekomen. Het stond leeg, klaar voor de sloop. Daar had ik vrede mee, dat is nu eenmaal hoe het leven gaat. Maar iemand anders heeft het nu al gedaan. Dat kleine stukje dierbare jeugd van me, moedwillig in de fik gestoken…

The sweetest taboe

Geplaatst door: Nelleke op: september 29, 2009

Het is mijn eerste les ethiek. Als ik me van te voren probeer voor te stellen hoe het zal zijn, is het enige wat ik me kan bedenken dat de professor bij de opening van het jaar in zijn toespraak, ergens in een bijzin zei dat hij tegen het homohuwelijk was. Ik vermaan mezelf, er zijn wel meer mensen die dat vinden, en ik ben zelf ook nog lang niet overal uit, en het is slecht om gelijk met een flink vooroordeel naar de les te gaan. Dat ik niks voorbereid heb, is al erg genoeg;). Bovendien zal het heus niet, de allereerste les over zo’n beladen onderwerp gaan, toch?

Nee. We hadden alleen een korte discussie over ivf, en hij legde een hoop dingen uit over ethiek in het algemeen. En dan telkens een kort voorbeeld, om te laten zien hoe gecompliceerd het leven kan zijn. 1 over echtscheiding, 2 over predikanten, een paar over het onderwerp van de dag, ivf, en verreweg de meeste voorbeelden over homofilie.

Of misschien denk ik wel alleen dat dat het meest voor kwam, want ik was niet zo heel geconcentreerd. Maar als dan het h-woord genoemd wordt, spits ik mijn oren en kom ik iets overeind. Is me al een keer eerder opgevallen.

Ja, homofilie; een woord dat wat mij betreft uit het woordenboek geschrapt mag worden. Als je dat zegt denk ik al bij voorbaad dat je achterlijk en bekrompen bent, en er nog nooit echt overna hebt gedacht. Maar dit was een professor, dus hij zal echt wel nagedacht hebben. Wat hij allemaal zei klonk heel redelijk. Hij heeft gewoon een ander standpunt dan ik heb (ik heb nog steeds het standpunt van twijfel, maar ik neig al wel naar die ene richting), maar dat kan gebeuren, toch?

En toen merkte ik iets heel bijzonders. Ik zat tegenover deze professor nog in de kast, en normaal voel ik dat – zeker als het gesprek er ook nog over gaat – als een belemmering van mijn vrijheid. Maar nu vond ik het juist fijn. En ik bedacht me dat ik eigenlijk best wel in de kast zou willen blijven, in ieder geval tegenover mijn leraren. Niet dat dat gaat werken, want mijn klasgenoten zijn gewend dat er vrij over gepraat mag worden, en ik ga ze echt niet anders vertellen. Wellicht komt hij of iemand anders er vroeg of laat achter, en dat is prima. Het was gewoon maar even, dat gevoel.

Uit de kast komen is trouwens een doorgaand proces. Ik ben vorig jaar lid geworden van een studentenvereniging, en daar uit de kast gekomen. En ja, dan komen er ineens nieuwe eerstejaars binnen wandelen.

De helft van hun weet het al. Ik zal in het midden laten hoe en wanneer dat gebeurd is. Dan zijn er een paar mensen die van niks weten, maar die waarschijnlijk er nog wel achter komen. Als het aan mij ligt, is homoseksualiteit helemaal geen taboe, en kunnen ze het een keer van iemand te horen krijgen. Net zoals dat ik vegetariër ben. Ik heb het misschien aan een of twee verteld toen het eens ter sprake kwam, en vermoedelijk weten ze het allemaal al lang nu. Maar als het taboe te groot is, zullen ze het wel vroeg of laat van mij horen, of gaan ze zich afvragen waarom theepot een groffe bijnaam zou zijn voor mij.

Tegen een meisje heb ik eens, bij mij thuis gezegd dat ik gay ben, toen ik vertelde dat iemand op maroc.nl mijn halve blog over homoseksualiteit gekopieerd heeft, en alleen wikipedia als bron vermeld. Maar ze is er verder nooit meer op in gegaan, dus ik denk dat ze nu denkt dat ik lesbisch ben. Wat ook best grappig is.

Dat heb ik eigenlijk expres zo gelaten, want iedereen denkt altijd dat ik wél op jongens, en níét op meisjes val, tot het eens ter sprake komt, en ik (of iemand anders) vertel dat ik bi ben. Nu denkt er iemand dat ik níét op jongens, en wél op meisjes val, en pas als het ter sprake komt zal ik vertellen dat ik bi ben. Gewoon, voor het evenwicht.

Heel raar, want het is net dit meisje waarmee ik vriendin dreig te gaan worden. In ieder geval het meisje waarmee ik samen studeer, en regelmatig meer praat dan studeer. We hebben ook samen in een melige bui heel hard zitten lachen om die theepot. En toch, nooit een dieper gesprek er over gehad.

Taboes…

echt weer Mick

Geplaatst door: Nelleke op: september 17, 2009

Iets na half 5 pak in mijn fiets uit de fietsenstalling. Nog een uurtje naar huis, dan avondeten bij vrienden. ‘He Nelleke!’ een mij goed bekende stem klinkt vanuit het dichtstbijzijnde raam: de wc’s van het gebouw naast het mijne. Hoewel Mick en Nande in dat gebouw leskrijgen, ben ik ze dit schooljaar nog geen enkele keer tegen gekomen. Van Nande vind ik dat wel, maar van Mick eigenlijk niet zo jammer, zei ik gisteren nog tegen Annelies. Niet dat ik Mick onaardig vind hoor, maar hij is zo.. Mick . Af en toe wordt je helemaal gek van em.

Mick hing uit het raam van de wc, en terwijl hij zijn tanden poetste met een elektrische tandenborstel informeerd hij hoe het met me gaat. (hoe erg moet je niet sporen om je tanden op de universiteit te poetsen?) ‘Heb je anders zin om even bij te kletsen?’ vraag ik. ‘Nee, geen tijd, ik wou de trein van 5 uur nemen.’ Nadat ik mijn telefoon weer uitdruk (drie keer gebeld in 1 week! Ik ben haast populair) stelt híj voor dat we nog even door het park wandelen.

Ik moet nog een paar minuten wachten voor hij de wc’s verlaat, en dan verteld Mick blij hoe ontzettend toevallig of vol leiding het is dat ik mijn fiets pak, nét op het moment dat hij er vanuit het raam naar staat te staren. ‘Dat had geen toeval hoeven zijn, zeg ik, als je met me wil wandelen kun je ook gewoon smsen.’ Ja, want ik zal hém nooit mee vragen. In onze hetero maatschappij moet al het initiatief van de man komen; dat zie je ook bij verkering. Wat onze wandelingen door het park met verkering te maken hebben snap ik niet, maar volgens Mick is dat ‘net zo iets.’

We ploffen neer op een bankje, en Mick vertelt. Over de jongen uit zijn klas waarvan hij eerst dacht dat hij homo zou zijn, maar een vriendin heeft, over een andere jongen waarvan hij het sterk vermoed, over een jongen die hij eens op een meeloopdag had gezien en meteen gemaild had met de vraag hoe hij er mee omgaat. ‘Heb jij nog andere homo’s in je cluster?’ nee, bij mijn weten niet, en eerlijk gezegd kan het me ook weinig schelen.

Met de jongen van de meeloopdag heeft hij een hele discussie gevoerd per email, waaruit ik natuurlijk ieder detail moet horen. De jongen legt romeinen 1 pro-relatie uit, en hoe noemde Mick dat? Een duistere theorie.

Wat moet het toch heerlijk zijn als je de waarheid in pacht hebt!

ordinary weekend

Geplaatst door: Nelleke op: september 15, 2009

Natuurlijk. Een half uur lang op een station zitten zonder bekenden tegen te komen is nog altijd onmogelijk. Ze zijn van mijn studentenvereniging, een pasgetrouwd stelletje. Hij is nogal vrolijk. ‘Helloow, how arrre you today?’ Ik aarzel, maar hij verwacht een antwoord. ‘Fine,’ zeg ik, omdat we kennelijk in het engels bezig zijn. Leugen 1.
We praten wat. Hij heeft wadgelopen en vraagt daarna of ik nog wat bijzonders gedaan heeft. ‘We hebben gegeten met de hele halve kerk. En ik ben nog naar mijn oma geweest, maar dat doen we elke zondag, dus dat is niets bijzonders.’ ‘Gewoon goed dus.’ Hij doelde op mijn weekend. Ik herhaal het zacht: ‘Ja, gewoon goed.’ Leugen 2.

Nee, dat eten met de kerk kon me gestolen worden. 15 verschillende hoofdgerechten, maar geen een vegetarisch? Bovendien ben ik al twee jaar weg uit die kerk. Ik voel me steeds meer een vreemdeling, en minder een gemeentelid. Na ‘hoe is het met de studie?’ heb ik niks meer te bepraten. De gesprekken tussen de weinige leeftijdsgenoten van me gaan daar al over luiers en borstvoeding en zwangerschapsverlof. Dus ik heb volop met mijn zusjes en nichtjes gesocialised, al had ik daarvoor niet naar de kerk hoeven komen. Nee, ik kwam niet voor de kerk.

Twee weken geleden was ik begonnen met het opruimen van mijn oude kamer, en ik had beloofd het af te maken. Die kamer was een ***zooi, en uiteraard was dat helemaal mijn schuld. Dat ik meer tijd kwijt ben geweest met het opruimen van dingen die daar door anderen zijn neergegooid omdat ze daar voor niemand in de weg lagen, of omdat het er toch al een zooi was, heb ik maar niet meer hardop gezegd. Het ziet er nu trouwens nog steeds niet helemaal netjes uit, maar ach, mijn moeder wilde er kunnen stofzuigen, en dat kan ze nu. Wedden dat er met kerst nog steeds niet gestofzuigd is?

Ik kwam ook voor iets anders. Twee weken geleden heb ik er een halve zondagmiddag huilend op mijn kamer doorgebracht. Weet je wat ik toen daarover gezegd heb? Dat ik pás zondagmiddag moest huilen. De meeste weekends gebeurt het een heel stuk eerder. Ik ging er toen weg met het intense verlangen pas met kerst weer terug te komen, maar dat kón niet, vanwege die belofte. Vandaar dus dit weekend, wat ik als een soort laatste kans beschouwde.

Weet je, ik wíl helemaal geen ruzie met mijn ouders. Het gebeurt gewoon. Ik wil helemaal niet op zo’n manier over ze praten of denken, maar het doet zo’n pijn, er niet thuis zijn. Ik ging er vrijdag met ontzettende tegenzin heen. Dé pefecte houding om conflicten te voorkomen (ahum), en dat had ik zelf ook nog wel door. Ik vroeg aan God of Hij me wilde helpen en probeerde positief te denken.

Ik probeerde me ook positief te gedragen. Door bijvoorbeeld niet pas om half 12 te komen, maar ik zat er al om 9 uur. Vrijdagavonden kunnen vaak wel gezellig zijn. Maar alleen de hamster was thuis! Niemand die tegen mij gezegd had dat ze ergens heen gingen, nergens een briefje of andere aanwijzing. Toen ik om 12 uur al bijna – onder invloed van de tv – ging geloven in horrorverhalen zoals dat ik ze allemaal dood in hun bed zou aantreffen als ik maar naar boven liep, kwamen ze binnen; ze waren naar een verjaardag geweest. (had dat dan gezegd! dan was ik nog wat eerder gekomen en gezellig meegegaan; of nog een paar uur op mijn kamer gebleven!)

Over alles wat mijn vader tegen mij gezegd heeft, kan ik kort zijn: hij heeft één of twee keer kritiek geleverd over mijn kleding, en ‘normale mensen gaan voor 12en naar bed.’ Of nee: ook nog ‘wat moet je’ en ‘het is acht uur’. Das wel typisch voor hoeveel contact ik met mijn vader heb. ‘t Was meer dan gemiddeld, dit weekend. Maar misschien ligt dat wel niet aan mij, want volgens mijn zusje is hij tegenwoordig ‘nooit meer niet chagrijnig’

Mijn moeder is anders. Ook zij zeurt over mn kleding. ‘Ik denk dat ze expres dat aantrekt om mij te pesten.’ zei ze dit keer. Nee mam, ik weet dat het riemlusje kapot is en de zak loszit, maar dit is een van mn beste broeken. Ik wéét dat ik iets nieuws moet kopen, maar dat lukt telkens maar niet, door een gebrek aan tijd of geld, en door een moeilijke maand. Ze heeft dus gelijk op dat punt; maar dat geeft haar niet het recht te zeuren! Op alles wat ik doe en nalaat heeft ze trouwens ook commentaar. En uiteraard: ‘wanneer ga je nou eens lijnen, Nelleke?’

Maar de dingen die ik wil die ze zegt zegt ze nooit. Dat zijn: ‘hoe was de reis, en hoe beviel je studie, en hoe gaat het verder met je?’ Ik ben freakin afgelopen maandag aan een nieuwe studie begonnen. Nobody even asked. Dat ik 6 uur reizen moet spenderen om haar te zien komt ook niet echt in haar op, geloof ik. Of ze is gewoon niet in me geintresseerd, dat zou ook heel goed kunnen.

Behalve opruimen heb ik veel gecomputerd, zaterdag. Niet dat ik graag wilde computeren, maar hij stond vrij, en dat was in mijn hele kindertijd zo iets bijzonders dat ik dan altijd mijn kans waarnam. Later hoorde ik dat mijn moeder mij er bewust niet had afgestuurd omdat ze mij eens wou laten. Like, zeg dat dan. Ik was totaal niks boeiends aan het doen en ze had zo gemogen. Iedere keer als ik wél ergens mee bezig ben, suurt ze me er zo af.

Zondag draaiden we het gebruikelijke programma van kerk en oma af; en na de lunch ging ik samen met een zusje afspraken maken om samen een boek te schrijven. We hebben 14 hoofdpersonen plus karakter, en waarschijnlijk strandt het project binnen twee maanden, maar ach, hebben we weer even iets dat ons samenbindt.

Toen we dat intypten op de computer, en ik heel even opstond; nam mijn moeder ineens mijn plek in. Ze klonk chagrijnig. ‘Je wist toch al dat ik wou??’ Nee, dat wist ik niet. Ik kan nog altijd geen gedachtenlezen, en als ze het gezegd had; niet tegen mij. Afijn; ik mocht de zes regels die ik nog moest typen afmaken, staand. Omdat ik me begon afvragen wat ik de rest van de avond ging doen, bedacht ik ineens dat ik nog moest checken hoelaat ik weg moest; maandagochtend.

‘mag ik nog even snel op 9292 kijken?’ ‘Nee, je hebt de hele avond al gecomputerd, en ik ben gister ook al niet geweest!’ (is 20 minuten trouwens een hele avond?) Goed, dan niet. Tegenwoordig kan het ook op de wii. Maar ook dat mag niet; mijn zusje zit youtubefilmpjes te kijken. Mijn moeder is ook het een en ander aan het laden en ik vraag nog eens of ik even op 92 mag. Nee.

Drie minuten later vraagt mijn moeder hoe laat ik wegga, maandagochtend. ‘Dat weet ik niet,’ zeg ik lakoniek, ‘ik mag immers niet op 92 kijken!’ Ineens begint mijn moeder, out of the blue, te schreeuwen. ‘Zit toch niet zo te zeuren!!! Je hebt de hele dag al gecomputerd! Dat had je dan toch kunnen doen!!’ Ik heb net iets te veel hoofdpijn om terug te schreeuwen. Ik beperk me tot een ‘nee hoor, ik heb niet de hele dag gecomputerd.’ en loop de kamer uit. Bij mijn vader, van wie ik zoiets veel minder snel verwacht, mag ik wél even kijken. Duurt nog geen twee minuten, en ik weet tenminste hoe laat ik op moet.

Ik neem een warm, ontspannend bad, en slaap daarna een onrustige nacht, waarin ik met telkens ergere migraine (voor het eerst sinds juni!) wel tien keer wakker word. Het is nog donker als mijn wekker gaat. Ik neem een paracetemol en probeer tijdens het aankleden te negeren dat mijn maaginhoud roept om vrijheid. Naar de bushalte lopen blijkt veel minder erg te zijn dan je zou denken met migraine, maar drie uur ov en 5 uur college is wel weer een behoorlijke kwelling; al wordt migraine gelukkig meestal in de loop van de dag wel minder.

Het vervelendst van zo’n maandag is echter dat iedereen maar vraagt hoe het weekend was. En dat je dan kan liegen en je slecht voelen omdat je liegt en omdat je niemand hebt om erover te praten; of de waarheid spreken, en iedereen schokken. Ik heb één keer, lang geleden voor het tweede gekozen; en de gezichten van mijn ubergrefovriendjes waren een mengeling van schok, afkeuring en droevenis. Iets onaardigs over je ouders zeggen; dat is natuurlijk gelijk een zonde tegen het 5e gebod.

En dan hoor je allerlei mensen praten en doen over hún weekend en hoe tof zijn ouders zijn, en dan voel je je eenzaam. Ik voel me schuldig dat het niet botert tussen mij en mijn moeder, en dat mijn vader steeds minder een relatie met me heeft. Een weekend moet altijd slijten. Dit was een ‘goed weekend’ maar ik zal nog wel anderhalve week me ineens terwijl de rest lacht me even eenzaam voelen; of extra stil als het gesprek over familie gaat, en denken: ze moesten eens weten. Deze hele week zal ik me slecht kunnen concentreren op mijn studie.

Dat is dé reden waarom ik met tegenzin naar hun ga. Het verpest mijn hele geestelijke gezondheid achteraf. Maar tot de kerst niet meer gaan? Kan ik dat? Wil ik dat? Niet veel mensen zullen me geloven, maar ik houd echt freaking veel van mijn ouders. Ik zou er echt ontzettend veel, zo niet alles, voor over hebben een goede band met ze te hebben. En ik hou van mijn zusjes. Ik mis ze nu al. Ik weet niet wat verstandig is. Wegblijven en zo mijn eigen humeur proberen goed te houden, of te blijven gaan, en te blijven proberen en te blijven hopen dat het beter zal gaan, en – zeer waarschijnlijk – me steeds weer teleurgesteld, afgewezen en eenzaam voelen. Ik weet wel wat mijn familie zou zeggen, als ik wegbleef. Dat ik een ontrouwe dochter ben. Ik weet wel wat mijn moeder zou denken. Dat ik niet genoeg van haar hou. Ze moesten eens weten.

4 redenen om een liedje leuk te vinden

Geplaatst door: Nelleke op: september 10, 2009


I am all gone
It is very serious
Situation HELP
Situation SOS
I cannot understand myself
Where did you appear form?
The light is shutting down
I am flying somewhere
Without you there is no me
I don’t want anything
It is the slow poison
It is making me crazy
But the say it is all my fault.

I’ve lost my mind
I’ve lost my mind
I need her
I need her
I have lost my mind
I need her.

Without you I am not myself
Without you there is no me
But they say, they say
It is delirium
It is poison from the sun
It is making me crazy
But they say it is all my fault
I did try to forget
To the end and down
I did count the poles
And confused birds
Without you there is no me
Let me go, let me go
To the corner and down
Mom, Dad forgive me

I’ve lost my mind
I’ve lost my mind
I need her
I need her
I have lost my mind
I need her.

1,2 go after 5
Mom, Dad forgive me
I’ve lost my mind

1,2 go after 5
Mom, Dad forgive me
I’ve lost my mind

I’ve lost my mind
I’ve lost my mind
I need her
I need her
I have lost my mind
I need her.

  • Het was in die ene maand dat ik tmf leuk gevonden heb. Tatu stond op nummer 1 en ik was er helemaal weg van. De enige cd die ik ooit voor sinterklaas gevraagd had was 200 kilometer in the wrong
    lane
    . Uiteraard kreeg ik hem niet. In plaats daarvan kreeg ik een gospelcd met meisjes die tussen de verschrikkelijk saaie nummers door vertelden hoeveel ze van God hielden. De man in de evangelische boekhandel had gezegd dat het een hoop gegil was; en mijn moeder dacht dat ik dat dus wel leuk zou vinden. (*rolt met ogen*).

    Nee, mijn ouders hebben nooit muziek waarin niet gevloekt werd (of die over God/goden of de duivel ging maar toch niet christelijk waren) verboden, maar ze lieten hun afkeuring wel duidelijk merken. Maar hé, ik was een puber; dus dit was mijn favoriete muziek. Zoenende vrouwen in een clipje wonnen het van eminems i’m sorry mama!

  • Ik was zestien toen ik de cd alsnog in handen kreeg. Hij stond nog op de tweedehands ipod die ik gekocht had! Mijn ouders shockeren deed ik allang niet meer; en dat ging ook moeilijk zonder filmpje; maar ik was net in mijn fase van buitenlandse muziek luisteren. Ik vond alles geweldig cool, zolang het maar niet in een taal was die ik op school had gehad! De cd met dezelfde nummers in het russisch én engels was dus ideaal: had ik ook nog het idee dat ik begreep wat er werd gezongen.
  • Toen ik 18 was; en eindelijk aan mezelf had bekend dat ik op meisje val, zocht ik het liedje opnieuw op. Het liedje uit mijn puberjaren ging ineens over mij, en ik voelde me minder eenzaam.
  • Toen ik 20 was; begon ik aan een cursus Russisch. Moet ik nog uitleggen dat ik dit liedje nog eens luisterde?
  • Als de rook om je hoofd is verdwenen…

    Geplaatst door: Nelleke op: september 9, 2009

    Daar zit je dan. Op het feest, waar je je op verheugde, en met de mensen bij wie je je thuisvoelt. Feesten is niet jouw ding, maar je had van te voren besloten eens gezellig mee te doen. Misschien zelfs te dansen. Je had er zin in!

    Daar zat ik dan, op een stoel, aan de rand van de dansvloer. Er is een apart kamertje voor hen die niet dansen, om te chillen, praten of relexen, maar men heeft mij afgeraden daar heen te gaan. Rook. Het feestje vind niet plaats in de horeca, dus we kunnen roken, werd er al van te voren blij geroepen. Maar wat de rest als voordeel ziet, zie ik als nadeel. Ik ben altijd anders.

    Maar ik had besloten leuk mee te doen. Was de hele week al bezig mijn astma te negeren; wat prima ging, maar als ik dan eens een trap op liep merkte ik het duidelijk. Hoewel dansen niet meer mijn ding is, was ik van plan geweest mee te doen. Gewoon genieten. Het losmaken. Het laat maken.

    Nee, ik heb niet gedansd. Ik zat daar, op de enige stoel in de ruimte, toe te kijken. En ik hoorde ze denken: ‘Nelleke vind er niks aan; Nelleke heeft geen zin om mee te doen.’ En het enige wat ik terug kon denken was: ‘ze moesten eens weten.’ Ze wisten niet. Ze wisten niet dat ik al mijn bezwaren tegen dansen, en tegen feestjes, die avond overboord zou hebben gezet, als het gelukt was.

    De deur naar het rookhok ging niet alleen constant open, er waren ook jongens die dansten met sigaret in hun mond. Is het nog nodig uit te leggen waarom ik niet danste? Ik had er geen lucht voor. Dus ik zat op die stoel en keek hoe mijn vrienden dansten, en ik vond het een leuk feest, écht. Maar ik zat er bij al toeschouwer; niet als deelnemer.

    Tegen beter weten in hoopte ik dat het zo wel beter zou gaan. Probeerde mezelf wijs te maken dat ik me aanstelde. Het andere meisje dat niet tegen rook kon stond vrolijk te dansen. Ik kon niet negeren dat ik op een stoel stilzittend begon te hijgen. Dat ik het gevoel had dat iemand zijn handen om mijn keel gelegd had, en langzaam mijn lucht wegkneep. ‘Je moet hier weg!’ zei mijn lichaam, het deed er alles aan om die boodschap duidelijk te maken. ‘Ik wil niet weg!’ zei ik, ‘ik wil niet het saaie meisje zijn dat nooit eens meefeest. Ik wil niet het meisje zijn dat het idee geeft dat ze zich hier niet prettig voelt. Ik wil meedoen. Ik wil genieten. Ik wil een fijne avond hebben. Mijn lichaam antwoordde niet, herhaalde alleen het eerdere nog eens: ‘je moet hier weg!’

    Ik moest weg. Het ging tegen iedere vezel van mijn wil in, maar ik moest weg. Stond op, liep weg, ging de deur uit. Niemand die iets zei. ‘He, Nelleke, waar ga je heen?’ Maar ik hoorde ze denken. ‘Nelleke is saai, vond het niet leuk, whatever.’

    Ze moesten eens weten. Ze moesten eens weten hoe eenzaam ik me voelde toen ik thuiskwam, om half 12, een half uur nadat ik weg was gegaan. Ze moesten eens weten hoe hard ik heb gehuild.

    tweeluik

    Geplaatst door: Nelleke op: september 9, 2009

    ‘Hé Linda, mag ik misschien even snel mijn email checken op jouw laptop?’ ‘Nee, sorry, maar ik heb een hekel aan achterbaks gedoe.’ ‘Ik heb geen idee waar je het over hebt…’

    Er was eens… een klein meisje dat op kamers woonde, in een hele grote studentenstad. Gelukkig was dat meisje niet alleen, ze had een huisgenote, die een week na haar in het huis trok. Het meisje, Nelleke, dacht in eerste instantie dat Linda, de huisgenote, heel aardig was, maar hoewel ze normaal mensen vaak on-aardig vind tot ze er achter kwam dat dat niet waar was, nu leek het andersom te gaan.

    Het begon met jaloezie. Hoewel Nelleke een meisje was dat nog ontzéttend veel moest verbeteren aan zichzelf, leek Linda wel miss perfect. Haar studie bijna klaar, een goed betaalde bijbaan, en vriend om mee samen te wonen, drie vakanties in een jaar, lieve ouders die alles voor haar over hadden, en een uitgebreide vriendengroep om elk weekend mee in te drinken in een keet.

    Linda was trouwens ook nog eens mooier, slanker, sportiever, netter en verstandiger, dan Nelleke. Goed, om Nelleke niet helemáál af te kraken, zij was creatiever en inteligenter, maar daar merkte Linda uiteraard helemaal niks van.

    Van een corvéérooster kwam het nooit. Miss perfect Linda was niet voor niets de dochter van een huishoudster: gang, keuken en badkamer en vooral haar kamer kwamen regelmatig in aanmerking voor een schoonheidsprijs. Nelleke vond dat eigenlijk wel best. Zij is zo’n meisje dat zich totaal niet stort aan hoe het er om haar heen uitziet, en vond alle inspanningen van Linda wel best, maar ergens ook overbodig.

    Al moet ik wel eerlijk zeggen dat Nelleke zich heel soms schuldig voelde, omdat ze niks deed, maar zelfs dan niks deed, omdat er bijna niks te doen was, en alles net gedaan was.

    Tussen de meiden boterde het steeds minder goed. Stonden ze in het begin nog wel eens stil op de gang om te kletsen, al gauw waren er alleen nog maar een groet en een paar losse zinnen. Afgezien van het feit dat ze bij elkaar in huis woonden, hadden ze totaal geen raakvlak. Alles wat Nelleke bezig hield, daar snapte Linda helemaal niks van, en dat was andersom ook het geval.

    Niet dat dat heel erg was, want ze hadden allebei hun eigen sociale leven, en weinig behoefte elkaar te spreken. Nelleke was trouwens het allerliefst helemaal alleen. Ze had ooit in een eenzaam industrieterrein gewoond, en dat beviel een stuk beter dan een studentenhuis, en als ze soms een een paar uurtjes over had, maakte ze lange, eenzame fietstochten. Op haar kamer vermaakte ze zich dan ook prima in haar eentje, en als ze eens behoefte had aan wat contact, gebruikte ze volop haar 3 blogs, msn, en ook steeds meer twitter.

    Nelleke en Linda groeiden steeds verder uit elkaar, en het kwam zelfs zo ver dat Nelleke op haar kamer bleef, als ze Linda in de keuken bezig hoorde. Ze hadden helemaal geen behoefte om elkaar tegen te komen. Af en toe werd Linda even boos om alles wat Nelleke al dan niet verkeerd deed, en Nelleke beloofde dan braaf beterschap, en méénde dat; maar dat Linda haar bijna net zo vaak met kleine dingetjes ergerde, verzweeg ze meestal. Van huisgenoten moet je veel kunnen verdragen, was haar stelregel, en ach, ze hield nu eenmaal niet van onaardige woorden of confrontaties.

    En toen ging Linda bijna 2 maanden naar amerika. Ze zal ongetwijfeld de tijd van haar leven gehad hebben, maar Nelleke had het ook niet bepaald verkeerd. Een eigen keuken en badkamer!! Niemand om rekening mee te houden! Nee, het huis was in die periode niet de meest nette plaats. Haar afwas, die ze normaal vaak in haar eigen kamer zette zodat Linda nergens last van had, kon midden op het aanrecht staan. En een boodschappentas met inhoud, kon dagenlang in het midden van de vloer blijven liggen.

    Nee, het huis was niet zo net als anders, maar Nelleke had ook geen behoefte aan netheid. Ze had het trouwens in de vele studentenhuizen waar ze regelmatig kwam vaak genoeg erger gezien. En Nelleke leerde in die periode wel iets. Dat ze best schoon kon maken als ze maar wou. Het toilet werd net zo vaak schoongemaakt als onder Linda’s regime, en ook het aanrecht en de rest van de keuken waren als ze er eens genoeg van had een paar uur netjes.

    Het was de eenzaamheid, waar Nelleke het meest van genoot. Lekker alleen thuis zijn. En ze wist wanneer Linda weer terugkwam, en één dag daarvoor maakte ze de keuken nog eens uitgebreid schoon – uniek voor haar doen.

    De volgende dag, sprak Linda – nog in Amerika – Nelleke op msn aan. De boodschap was: ik kom over een paar uur weer thuis, dus begin maar vast met schoonmaken. Later beweerde ze natuurlijk dat het helemaal niet zo onaardig bedoeld was, maar zo kwam het wél over. Het kwam over als een totaal gebrek aan vertrouwen – ik ben er niet, dus het zal wel een zooi zijn, en als willen overheersen – ik wil dat jij schoonmaakt, dus gebeurd dat.

    Nelleke reageerde kattig, en blokkeerde haar voor een paar uur – en dat zette ze ook op twitter. Na haar terugkomst was Linda opvallend zwijgzaam en kortaf, zodat Nelleke zich afvroeg of ze ergens boos om was. Maar Nelleke bleef vrolijk en spontaan groeten. Niet dat ze Linda ineens mocht, maar haar korte boosheid was allang vergeten. Iedereen zegt wel eens iets minder handigs op msn.

    De weken gingen voorbij, en het leek zelfs iets beter te klikken tussen Linda en Nelleke. Nelleke leende zelfs twee keer Linda’s laptop kort, om haar email te chekken. En toen was het ineens helemaal mis; Linda was woedend, en Nelleke kennelijk achterbaks. Het enige was ze kon bedenken wat ze mis had gedaan was een blog van lang geleden, waarin ze het over haar huisgenote had. Maar die blog was onder pseudoniem, en het was niet waarschijnlijk dat Linda die had gevonden.

    Nelleke gaf meteen toe dat ze die tweet nooit had mogen schrijven, en bood ook haar veronderschuldingen aan, meteen. Linda bleef echter nog een half uur doorpraten, over waarom die opmerking op msn terecht was, over dat Nelleke niet achter haar rug om zoiets had mogen zeggen, over dat Nelleke nóóit iets schoonmaakte. Et Cetera. Nelleke knikte ja en amen en gaf haar bij de meeste dingen gelijk, en bood nog zestien keer haar verontschuldigingen aan (had ik al gezegd dat ze niet goed is in confrontaties?). Maar toen ze op haar kamer kwam, werd Nelleke ook ineens woedend! Het idee dat Linda, zonder dat Nelleke daar iets van wist, in haar twittergeschiedenis had lopen wroeten, en boos was geworden om een tweet van een maand oud, was ronduit belachelijk!

    Nelleke besefte zich opeens dat Linda al haar andere tweets dus ook gelezen had, en dat voelde als een inbreuk op haar privacy. Ze gebruikte twitter nu al een half jaar, en het gaf een mooi beeld van waar ze zich zoal mee bezig hield, op een paar onderwerpen gefixeerd. Dat stond gewoon op internet, omdat Nelleke het niet erg dat onbekende mensen het lazen – wie weet waar het goed voor was, maar bekende mensen, en dan vooral iemand die ze toch al niet mocht die zonder dat ze het wist die dingen lazen (er zijn ook zat bekenden die meelezen terwijl ze het weet, en daar heeft ze nooit echt moeite meegehad) dat vond ze verschrikkelijk!

    ‘Dan had je ze maar niet op internet moeten zetten!’ zei Linda, heel terecht. En toch bleef Nelleke woedend. Wat is erger: lang geleden een vervelend zinnetje op internet gegooid te hebben, of andermans twitter napluizen, en flink in de geschiedenis graven, zonder toestemming.

    Nelleke bleef woedend, maar je kunt je afvragen op wíe ze nou eigenlijk bozer was. Op haar huisgenote, of op haarzelf, die alles open en bloot met vermelding naam en achternaam had achtergelaten? Wie valt er hier nou het meest te verwijten?

    De overheid waarschuwd er al weken voor in campagnes, en in een maand tijd sprak ze 5 mensen die beweerden dat je echt moet uitkijken met wat je op internet gooit, maar Nelleke leert liever op de harde manier. Wie niet horen wil, die moet voelen.

    Wie Nelleke’s twitteraccount wil bekijken, zal daar vanaf nu niet meer in slagen. Binnenkort zal ze ook eens kritisch naar haar hyves, blogs, en andere online profielen gaan kijken. Misschien is ze verstandig genoeg om van haar fouten te leren.

    Nelleke baalt op dit moment behoorlijk van zichzelf..

    Geplaatst door: Nelleke op: augustus 30, 2009

    laat ik maar beginnen te zeggen dat ik echt een geweldig weekend gehad heb! Vrijdagavond kwam ik laat aan, zodat ik mijn familie maar een uurtje zag, zaterdag was helemaal volgepland met vrienden, en een braderie en een barbeque, en de zondagochtend werd het gebruikelijke programma van kerk en familiebezoek afgehandeld. 90 procent van het weekend was dus leuk. Echt! Een van de leukere, weekenden.

    Waarom voel ik me ongelukkig als ik een paar dagen bij mijn ouders ben? Waarom ben ik vanmiddag, een kwartier na de lunch, naar ‘mijn kamer’ gegaan omdat ik moest huilen? Waarom ben ik daar niet verbaasd over, net zoals dat niemand uberhaupt merkt hoe ik ze voel?

    Ik voel me als een rots, met diepe gleuven van het langsstromende water, die door de eeuwen heen uitgesneden zijn. Niemand die ik kan uitleggen hoe ik me voel of wat er hier misgaat. Niemand die stromend water langs een rots een steen erg vindt. Maar van binnen huilt de rots, omdat hij weet dat dit water die nu zachtjes zijn littekens streelt, hetzelfde water is dat die littekens heeft veroorzaakt, en dat het nog steeds niet is veranderd. Wie zegt er, dat hij niet nog erger beschadigd wordt?

    Toen ik uitgehuild was vond en las ik een boekje over een viertienjarige puber, die de hele tijd overhoop lag met haar ouders, en zelfs van huis weg hield. Ik houd van het begin en het midden van het boekje. Maar het eind is goed, het meisje krijgt meer begrip voor haar ouders en hun regels, en de ouders zien in dat ze bepaalde dingen beter anders kunnen aanpakken. Beide partijen beloven beterschap, en we leven nog lang en gelukkig. Einde.

    Ik voel me in en in gemeen als ik blogs schrijf zoals deze, met gezeur over mijn ouders. Ik weet dat ik blij kan zijn met deze ouders, ik weet, en ken vele voorbeelden die veel erger zijn. Wat je ook zegt, het zijn mijn ouders. Ik hou meer van ze dan je je voor kunt stellen. Ik heb ontzettend veel respect voor ze, en ze zijn mijn helden om de manier hoe ze mijn geaardheid geaccepteerd hebben ondanks hun eigen vooroordelen en gevoelens. Maar toch schrijf ik deze blog. Ik moet me érgens uiten.

    Normaal blog ik pas over dingen in het weekend als ik weer veilig thuis ben, maar dat is nu ook niet echt een optie. Dus daarom zit ik in hun eigen huiskamer, een email-post naar mijn blog te schrijven. Iedere alinea die af is wordt wit gemaakt, en als er een iemand binnenkomt, klik het scherm gauw weg.

    Nee, ik zou het je niet kunnen uitleggen waar het vandaag mis is gegaan. Het zijn altijd niet de hoofdlijnen, het zijn de nuances. Het is het mij de indruk geven dat wat ik zeg of wil er totaal niet toe doet. Het is het aanhoudende commentaar van vele jaren op alles wat ik doe, denk of aanheb. Wat mij dan weer kribbig en nukkig maakt zodat ik me ga gedragen als een eigenwijze puber. Wat dan nog meer geklaag en gezeur teweegbrengt, en vooral de opmerking die ik dan tien keer per uur hoor, dat ik niet goed opgevoed ben. (wat niet hun, maar mijn schuld zou zijn) En dan voel ik me ellendig en verdrietig en ergens ook gemeen, omdat ik me écht iedere keer heilig voorneem me goed te gedragen. Maar eerlijk is eerlijk, hier in huis ben ik ook ineens weer een opstandige puber, waar mijn ouders totaal niet mee om weten te gaan.

    Ik kan niet mezelf zijn thuis. Dat is waarschijnlijk – gedeeltelijk – de reden dat ik er zo’n hekel aan heb het huis van mijn ouders thuis te noemen.

    Nee, de rest van mijn klaagzang laat ik achterwege – ik heb mijn hart weer wat kunnen luchten. Dank je wel blog, dat je bestaat, dank je wel wordpress, dat je per email kunt posten (ik zou echt nóóit het risico willen lopen dat mijn blog in mijn moeders browsergeschiedenis terecht komt)

    nou, als daar de lettertjes ook nog steeds wit zijn, moet je ze maar even selecteren ofzo. Ik ga ze zelfs niet voor twee seconden wit maken, het is druk in deze huiskamer;)