Geplaatst door: Nelleke op: februari 1, 2010
Kees,
Ik denk niet dat ik nog veel meer voor je ben dan een naam. Net als jij voor gister voor mij niet veel meer dan een naam was. Gewoon een oud-klasgenoot, van zes jaar geleden. Maar je foto leek nog steeds. Het is zot om iets in de tweede persoon aan jou te schrijven. Nouja, je zult het hoe dan ook nooit te zien krijgen. Je bent dood.
Het is niet helemaal waar dat ik nooit meer aan je gedacht heb. Soms preekte jouw vader in de kerk van mijn ouders, en dan dacht ik altijd weer even aan je. Ik had een hekel aan je, want ik dacht dat ik wist dat jij me gepest zou hebben, en de hele klas tegen me opgezet zou hebben, als je de kans zou hebben gekregen.
Ironisch dat ik die wrok jarenlang heb bij me gehouden heb, terwijl ik mensen die me écht dingen aangedaan hebben al lang heb leren vergeven. Kinderachtig, lijkt het ineens.
Ironisch dat zonder hyves van niets zou weten. Als ik niet uit pure nieuwsgierigheid naar wat de droevige smileys in de www van iemand die ik nauwelijk ken haar krabbels had doorgelezen wist ik nog steeds van niks. Niemand die mij iets verteld heeft. Niemand die er tegen over mij over zou beginnen. Het is te lang geleden. We zijn geen oud-klasgenoten meer, we zijn alleen nog een vage herinnering.
En hoe vaag, is die herinnering. Ik weet niet eens in welke jaren we bij elkaar in de klas hebben gezeten. In ieder geval de brugklas, maar verder? Ik las toen ik je naam gisteren googelde dat je op het ROC geslaagd bent, dus je zult onze school wel niet afgemaakt hebben.
Ja, ik heb je naam gegoogeld. En je hyves grondig bekeken. Dat doen mensen als mensen die ze vaag kennen ineens doodgaan. Dan willen ze ineens alles over je weten, als konden ze op die manier de laatste zes jaar terugdraaien.
Ik ben er achter gekomen, dat je verkering had gehad, en in de Albert Heijn werkte. Je krabbels en je tikken lieten zien dat je een populaire, gezellige jongen was; ik had niet anders van je verwacht. Je had deze week nog een blog geschreven, over dat je half maart naar curacao zou gaan. Er stonden reacties onder in de trand van: we zullen je nooit vergeten, en jij zei: jullie hoeven me ook nog niet te vergeten. Ik ben nog niet dood ofzo, ik kom nog wel een keer langs.
En dat zijn de laatste woorden die ik van je heb gevonden. Ik kende je niet meer, maar je leek midden in het leven te staan. Een gezellige, populaire jongen, met een geweldige toekomst voor je. Misschien was er ook wel een andere kant aan je, die je hyves niet weerspiegelde. Misschien zijn er mensen die dit al zagen aankomen. Ik kende je niet goed genoeg om er iets zinnigs over te zeggen.
Ik weet wel dat heel veel mensen zich af vragen waarom je dit hebt gedaan, en ik kan er zelf ook met mijn hoofd niet bij. En aan de andere kant snap ik het zo ontzettend goed.
Geplaatst door: Nelleke op: januari 29, 2010
Ik was een lange blog over Nande aan het schrijven, maar dankzij het aanhoudend crashen van mijn computer, waardoor er zelfs geen létter van is overgebleven, blijft het jullie bespaard. Ik heb toch niet nieuws te melden dan dat ik hem sinds die dag vlak voor kerst niet meer heb gezien, en dat ik smoorverliefd ben, en baal van alles. Heb je al vaak genoeg gehoord, vrees ik.
Ik zou ook kunnen bloggen over de les persoonlijk functioneren van vandaag, of over de laatste capriolen van Mick, of over middernachtelijke wiskundelessen, en dat ik met pijl en boog kan schieten, of over dat ik een geweldig tof weekend heb gehad, met mijn hele familie. Of over de belevenissen van mijn fietsleutel, nadat ik die op het station had achtergelaten, of over de dominee van R., die misschien wel, niet, wel, en uiteindelijk toch geen homo was. Ik zou kunnen bloggen over de aanhoudende twijfel binnenin. Over hoe niet lekker mijn studie loopt, en dat ik overweeg te stoppen, of naar een andere universiteit te gaan. Ik zou ook gewoon, en das de verstandigste keuze, kunnen gaan slapen.
Niets van dat alles. Ik ga een herinnering ophalen van veel te lang geleden. Misschien heb ik haar al eens verteld.
Ze zat in groep zeven, toen ik in grap acht zat. Het mooiste meisje dat ik ooit gezien had. Ik probeerde haar te pakken met tikkertje, maar ze was te snel. Ze bewoog zich sierlijker dan ieder ander. Ze was slim, en vol humor, en well, ze was geweldig.
Ik wist niet dat dat kon. Ik was nog nooit verliefd geweest, en ik wist niet dat het überhaupt mogelijk was, op een meisje. Homo en Lesbie waren scheldwoorden, en gingen over mensen die rare dingen deden, maar hadden verder geen betekenis.
Ik wilde meer dan haar alleen af en toe voor me uit zien rennen bij tikkertje. Ik wilde haar beter leren kennen. Ik wilde vrienden worden. Ik ving op dat zij op ourania zat, een website voor kinderen, van de eo. Ik maakte ook een account aan, en zogenaamd snapte ik er niks van, en vroeg ik haar telkens om raad.
We kwamen bij elkaar thuis, en logeerden zelfs een paar keer bij elkaar. Noemden elkaar hartsvriendinnen, en deelden geheimen, die eigenlijk nergens op sloegen, maar onze geheimen waren. Die periode was de beste ooit. Ik had het gevoel dat er iemand bij me hoorde, die helemaal bij me paste. Die beste vriendin waar ik al mijn hele leven naar verlangd had bestond ineens.
Ze was het enige goede toen. Mijn leven er om heen veranderde van behoorlijk vervelend naar living hell, en zij had niet door hoe erg het was. Ze begreep niet, dat ik meer pijn had dan ooit te voren, en niets liever wilde dan die pijn sámen met haar te dragen, maar dat ik niet de woorden kende om dat soort dingen duidelijk te maken. Aan de andere kant lagen haar ouders in scheiding, iets waar ik vrij onverschillig overheen stapte. We waren kinderen.
Het was net een relatie. Soms waren er ruzies en prikkelingen, en we begrepen elkaar niet even goed, maar er was altijd wel ergens een wij. Bij haar zijn was voor mij het einde, wat het ook was dat we samen deden. Vriendschapkettingen waren niet origineel genoeg, wij hadden vogelspeltjes. Veel mooier. En veel minder praktisch. Ik durfde niet te zeggen dat de mijne binnen twee dagen kapot was.
Er was een tijd, dat ik hartsvriendin was met het mooiste meisje van de wereld, maar toen moest ik naar de brugklas, en zij naar groep acht. Het lastigste van streekscholen is toch wel dat het zo moeilijk is contact te houden buiten school. We spraken wel eens af, maar het was niet hetzelfde. Soms, als ik heel vroeg uit was, fietste ik de vijf kilometer naar háár school, om elkaar een kwartiertje te kunnen zien.
Ze leek me niet half zo erg te missen als ik in die tijd. Zij had handen vol vriendinnen. Ik niet, maar ik loog tegen haar, omdat ik wilde dat ze dacht dat ik gelukkig was. Ik dacht dat alles goed zou komen als zij naar de brugklas ging, op mijn school. Dan zouden we weer samen zijn. Die gedachte hield me op de been in een ontzettend eenzaam schooljaar: volgend jaar is zij hier. Dan is alles weer als vanouds. Dan maakt ze me weer gelukkig.
De eerste paar dagen van haar brugklas wachtte ik haar elke pauze op, en we probeerden de kloof die de tijd had geslagen te dichten. Toen wilde ze niet meer. Het lag niet aan mij, maar als zij iedere pauze met een tweede klasser doorbracht, werd ze in haar eigen klas een buitenstaander. Ze wilde nieuwe vrienden maken. Wij konden best nog wel af en toe samen op trekken.
Een groot deel van mijn hoop was de bodem in geslagen. Ik zou nog steeds alleen zijn in de pauze. Maar ze was tenminste weer dichtbij, ze was bereikbaar. Ze was een populair meisje, ook in haar nieuwe klas. Ik was jaloers op ieder meisje dat in haar buurt kwam, maar al gauw op eentje in het bijzonder.
Ik kon haar nooit eens spreken zonder die nieuwe vriendin, en na een paar weken stond het groot op msn. A. is mijn hartsvriendin, harts geschreven met een hartje. Vooral dat hartje. Het voelde als een mes door me heen. ‘Dat vind je toch niet erg?’ vroeg ze. ‘Nee, natuurlijk niet.’ Loog ik. Ze brak mijn hart. We bleven nog lang vriendinnen, steeds oppervlakkiger.
Ze was mijn eerste liefde.
En ik wist het niet eens.
Geplaatst door: Nelleke op: januari 19, 2010
‘Maar ik zou je nog iets heel bijzonders vertellen, zei ik op hyves.’ Hij heeft zijn jas al aan om de laatste trein te gaan halen, maar Mick wil dit toch echt nog even vertellen.
Hij heeft een jongen ontmoet. Zijn ogen beginnen te stralen, en zijn blik ontkent zijn verliefdheid niet, terwijl hij verteld over de jongen, die hij heeft ontmoet in Duitsland, en waarvan ik nu al alles weet, behalve zijn naam.
Het doet me denken aan een eerder verhaal. Toen hij een uur lang over en weer naar een jongen had zitten staren, en later dat als zonde had ervaren. Hij had zelfs nog geprobeerd hem via internet terug te vinden, om hem te waarschuwen voor homoseksualiteit, en zijn persoonlijke getuigenis te geven.
Mick moet daar ook aan denken. ‘Weet je nog dat ik toen over die jongen vertelde? Die heb ik nog via internet geprobeerd terug te vinden, maar ik heb het uiteindelijk losgelaten. En ik dacht: dat gaat me geen tweede keer gebeuren. Deze keer heb ik wel contact gemaakt.’
Als Mick contact maakt met andere mensen, is dat om over God te vertellen. En als Mick contact maakt met mensen van wie hij vermoed dat ze homo zijn – en dat zijn er nog al wat – dan waarschuwt hij ze, niet te zondigen. En vertelt hij zijn eigen geschiedenis.
Maar Mick deed niks van dat alles. Mick praatte met de jongen, en ze dronken samen koffie. Ze wisselden gegevens uit, en nu is Mick vol spanning op een email aan het wachten.
Hij heeft het niet gezegd, en niet ontkent, maar Mick is verliefd. Ik had gedacht dat hij het zou ontkennen, allereerst tegen zichzelf, maar terwijl we de trap van mijn studentenhuis afliepen, zei Mick:
‘je hoeft het niet uit de weg te gaan. Dit is gewoon een mens, waar je van mag genieten. Er is niks mis met liefde, het is de seksualiteit die zonde is. Als hij me zou verleiden, ren ik weg. Maar ik hoop dat er iets groeit tussen ons.’
Mick, je liegt tegen jezelf. Je bent verliefd, en je praat voor jezelf dingen goed, die je anders verkeerd noemt. Als je niet wilt spelen met vuur, moet je geen lucifers pakken. Ik weet niet of je nog naar different gaat, maar ze zouden je daar vertellen, dat je moet stoppen contact te zoeken met deze jongen.
Ik zei hetzelfde tegen mij, toen ik verliefd was op nota bene mijn beste vriendin, en het is de reden dat ik weet dat het mooiste meisje van de wereld vlak bij mijn zus woont, iets heel tofs studeert, gereformeerd en lesbisch is, maar dat ik al het contact met haar heb verbroken, en zelfs niet meer op het forum kom waar ik haar ontmoet.
Als je geen brand wilt, moet je niet spelen met vuur, en als spelen met vuur heel verleidelijk is, moet je de lucifers wegstoppen, ergens achter in een la, ver uit het zicht.
Maar dat zei ik niet. Van mij mag Mick spelen met vuur. Van mij mag hij verliefd worden en verkering krijgen en de beste seks ever hebben met deze jongen, of met welke jongen dan ook. Ik ben okee met homoseksualiteit.
Mick niet. Mick gelooft dat de bijbelteksten in openbaringen en in de brieven van Paulus over hoererij over homo’s, en over mensen die samenwonen gaan. Mick gelooft dat different het antwoord is, en dat God hem zal genezen. En dat hij tot die tijd celibaat door het leven zal moeten gaan, of desnoods toch trouwen met een vrouw.
Dat is allemaal Micks probleem. Hij mag vinden wat hij vindt, hoe oneens ik het ook met hem ben. Maar op het moment dat Mick verliefd werd, veranderde zijn hele houding. Ik weet niet of hij door heeft dat hij misschien wel speelt met vuur. Ik weet niet of die jongen ook homo is, en of het wat gaat worden. Maar ik ben erg benieuwd, wat er gaat gebeuren, en hoe lang het duurt voor Mick er achter komt dat een relatie zonder het seksuele aspect behoorlijk lastig is.
Geplaatst door: Nelleke op: januari 15, 2010
Toen mijn vriezerla boven de koelkast zo vol met ijs was dat er bijna niks anders meer in kon, ben ik opgehouden hem te gebruiken. Dat was anderhalf jaar geleden.
Vandaag ging de deur niet meer open, maar ik begon hem te ontdooien, en langzaam begon er wat te smelten. Na een kwartier kon de deur weer open, na drie kwartier kon ik de eerste doos vega-burgers die daar al jaren lag bevrijden, en na anderhalf uur was er zoveel ruimte vrij dat ik er een pannetje met warm water kwijt kon. Toen kon ik een paar flinke stukken ijs afbreken, en op dit moment is de hele bodem ijsvrij, en heb ik nog een vega-burger, en een doos spinazie kunnen bevrijden.
Aan de bovenkant zit nog steeds een laag van zo’n 12 centimeter die ijswit is, maar ik hoor stromend water. Het klinkt als een kraan die iemand aan heeft laten staan, en iedere keer als ik in de keuken kom zie ik dat de bakjes onderin de koelkast wéér meer water hebben opgevangen.
Ik wil perfect zijn.
Ik heb bedacht wat er allemaal niet goed is, en dat was nog al wat, en ik moet dat van mezelf verbeteren.
Meer studeren. Mijn kamer eens goed opruimen en schoonmaken, en dan bijhouden. Meer moeite steken in mijn sociale contacten, en me meer intresseren voor mijn omgeving. Maatschappelijk bewust blijven, me intresseren voor het nieuws. Meer bidden, en vaker bijbel lezen. Geen kerkdiensten meer overslaan. Mezelf verrijken, door in mijn vrije tijd op livemocha vreemde talen te leren. Meer lezen, en als ik lees, moeten die boeken meer zinnig dan leuk zijn. Ik ben aan een streng dieet begonnen. Op tijd naar bed gaan, op tijd op staan, en zorgen dat ik voldoende slaap. Mijn creativiteit verder ontwikkelen, en veel schrijven, en wat ik schrijf ook afmaken en publiceren. Ook meer dichten, en mijn website met gedichten moet flink upgedate worden, en ook eindelijk de 21e eeuw binnen gaan. Een betere baan zoeken en meer geld verdienen. Vaker naar mijn ouders gaan en zorgen dat het echt goed komt tussen ons. Me aardig gedragen tegen Linda, en mijn best doen het met haar ook weer steeds beter te gaan vinden. Lekkerder koken als mijn vrienden bij me eten. De bijbelstudiegroep onder mijn hoede beter leiden. Me meer inzetten voor het studententijdschrift waarvan ik redactielid ben. Altijd opgewekt, vrolijk en aardig zijn. Mezelf beter verzorgen. Minder soggen en meer zelfdicipline kweken. Veel meer zelfdicipline.
Al drie weken spookt er om de haverklap een bijbeltekst door mijn hoofd: Wees volmaakt, zoals ook de Vader volmaakt is.
Well, ik ben een zondig mens, right? Ik kan niet volmaakt zijn. Maar ik kan er wel naar streven. Volgens mij moet ik er zelfs naar streven. Dus ik streef er naar, en de bovenstaande paar punten zijn mijn belangrijkste aandachtspunten.
Ik heb mijn klerenkast, buroladen, nachtkastje, alles onder mijn bed, een paar boekenplanken en mijn boekenkast deze week opgeruimd. Ik heb stofgezogen en zelfs mijn verwarming schoongemaakt. Ik heb zelfs geheel vrijwillig, terwijl het Linda’s beurt was, de badkamer schoongemaakt. Ik heb minder gestudeerd dat ik moest van mezelf, maar veel meer dan ik normaliter gedaan zou hebben. Ik heb mijn best gedaan me socialer op te stellen, en ik zit weer in een ritme van elke dag bijbel lezen, maar bidden doe ik nog veel te weinig. Ik heb een week lang regelmatig en eng gezond gegeten, iets wat me nog nooit in mijn leven gelukt is.
Ik heb een week lang elke dag een todolijst gemaakt die zo lang was, dat ik vaak pas rond 11 uur ’s avonds klaar was, of mezelf toestemming gaf de rest van de dingen naar de volgende dag door te schuiven. En dan brak officieel mijn vrije tijd aan, die ik moest vullen met livemocha, lezen, schrijven, mijn computerbestanden opruimen en backuppen, en ongetwijfeld nog veel meer. Mijn vrije-tijd todolijst is twee keer zo lang als mijn dagelijkse todolist. Wees volmaakt, zoals ook de Vader volmaakt is. Ik ben God niet, maar ik moet mezelf verbeteren. I’ll have to be the best i’ll ever can.
Maar dat moet toch ook? Hoe langer ik leef, hoe meer ik tot het besef kom hoe ontzettend schuldig en zondig ik ben, en hoe erg ik alles, maar dan ook alles aan God te danken heb. Het is niet meer dan logisch dat ik niet meer voor mezelf wil leven, maar van Hem. Het is Zíjn leven, ik ben alleen maar degene die het leeft. Hetzelfde denk ik als ik wanneer ik zo goed als blut ben weer eens meer geld dan ik kan missen aan een zwerver of een collecte geef. ‘Het was toch al mijn geld niet. Het is Gods geld, het was alleen een tijdje in mijn beheer.’ Het is niet meer dan logisch dat ik het leven dat ik van Hem heb gehad optimaal wil benutten, en het beste uit mezelf halen. Ik zal nooit volmaakt zijn, maar ik ben het aan Hem verplicht minstens mijn best te doen. Minstens te proberen niet nog veel meer zonden op me te laden. Het is als in die gelijkenis met talenten. Je moet gewoon je best doen er zo veel mogelijk van te maken voor je Heer.
’s nachts kan ik niet slapen. Ik lees wat, denk na over de vragen die dan op komen en waarover ik nog wel eens zal bloggen. Ik maak in gedachten een todolist voor morgen, en bedenk wat ik vandaag beter had moeten doen. Ik hoor de klok slaan. 1 keer, 2 keer, 3 keer, en soms zelfs vier keer. En dan is het al licht en al laat als ik wakker wordt, en loop ik gelijk al achter op mijn dag. Maar als ik slaap, ben ik gelukkig. En als ik slaap, droom ik dromen waarvan je kunt zeggen dat mijn onderbewustzijn veel beter verhalen schrijft dan ik ooit gedaan heb.
Ik droomde gisternacht, dat ik bij mensen kwam, die ik nog niet kende, maar het was al duidelijk dat we een heel speciale band zouden krijgen. Ik was een gast des huizes, en ging eten in hun restaurant. Terwijl zij in de keuken het eten klaarmaakten, zat ik aan een tafeltje te wachten, samen met een man, die met mij was meegekomen, maar met de mensen bij wie we waren helemaal niks te maken had. Naast het restaurant was een soort van winkel, van dezelfde mensen, en ik liet mijn ogen door de voorraden glijden. De winkel was op mijn lijf geschreven, want het begon met een schap vol theesmaken, en dan net de smaken die ik nog niet heb ik mijn eigen verzameling. Ik pakte een klein doosje, dat ik al heel lang wilde hebben, en kon het onmogelijk niet mee nemen. Ik zou het kopen, al had ik daar eigenlijk geen geld voor. Ik liep door de schappen, en meer en meer thee verdween in mijn zakken, tot ik bij rekken vol boeken kwam. Opnieuw juist de boeken die ik al heel lang wil hebben, en die ik haast niet niet kon meenemen. Hoewel ik wel wist dat ik hier uberhaupt niet genoeg geld voor op mijn bankrekening had, liet ik het ene na het andere boek ik mijn zak glijden. Ik was zo goed als de nieuwe dochter des huizes. Misschien zouden ze ze me wel geven, of met flinke korting.
Ik liep verder, en kwam bij kleren. Kleren die ik ontzettend tof vond, en die ik eigenlijk ook heel hard nodig heb, maar die veel te duur waren. Ik stond met een rok in mijn handen, en vroeg me af of ik die zou passen. ‘Pas hem dan,’ zei de man die bij me was. Maar.. zomaar een rok van deze mensen in trekken, terwijl zij er niet bij waren en me uberhaupt geen toestemming hadden gegeven in deze winkel te komen? ‘Je hebt nu al zoveel gestolen, dat je net zo goed door kunt gaan.’ De man had gelijk. Ik wist drommels goed dat ik al die dingen die ik gepakt had nooit zou kunnen betalen, en ook dat ik niet het recht had ze te pakken, en toch had ik ze in mijn zak laten glijden. In mijn zak, niet in een winkelmandje of iets dergelijks. Ik trok de rok aan, en hij stond geweldig. Ik vond een mooi vest, en trok dat aan. De combinatie was nog geweldiger, en ik leek er zomaar slank ik. Ik was verkocht, en wist heel zeker dat ik deze rok ook in het geniep zou meenemen. Ik zou hem weer uittrekken en ook in mijn zak steken, en nooit aan deze mensen vertellen dat ik uberhaupt in hun winkel was geweest.
Op dat moment kwamen ze binnen. En daar stond ik, met hun kleren aan, en het was ook niet moeilijk te raden dat er behoorlijk veel in mijn zakken zat. Ik was betrapt, en voelde me verschrikkelijk schuldig. Deze mensen hadden me in hun huis opgenomen, en als een familielid behandeld, en ik stond op het punt ze flink te gaan bestelen.
We gingen aan tafel zitten, en ze legden me alles uit. Al deze spullen, niet alleen wat ik had gepakt, maar ook de rest, het waren allemaal geschenken voor mij geweest. Ik zou alles gehad hebben, niet meteen, en niet in één keer, maar hoe meer ik met hun om ging, hoe meer ik zou krijgen.
Maar er was eerst een test geweest. Mensen die pakken wat ze willen gaan uiteindelijk weg met niets, maar mensen die niet nemen zonder vragen, worden heel rijk beloond. Ik hád nog net niets gestolen, dus voor mij was er nog hoop. Misschien, als ik hun vertrouwen teruggewonnen had, zou ik uiteindelijk weer recht hebben op deze geschenken. Ik moest geduldig afwachten.
Ik droom de laatste tijd vaker dromen met een verhaal met een sterke moraal, maar deze keer bracht ik haar onmiddelijk in verband met mijn recentelijke perfectionisme. Waarom weet ik niet.
Hoe weet ik al helemaal niet.
Het is tijd om mijn bak met smeltwater te legen, voor ze over stroomt.
Ik heb eens in de zoveelste tijd een vak met de naam: persoonlijk functioneren. Een vak waarin je eens met jezelf bezig bent, in je binnenste graaft, en jezelf leert kennen. Onder andere.
Het leek me ooit een geweldig vak. In mezelf graven… ja! Ik ben er al lang achter hoe goed dat kan zijn. De opzet van deze blog was… in feite dezelfde. Ik wil mezelf leren kennen, door hebben welke dingen in het verleden en in mijn binnenste mij maken tot mij. Ik wil mezelf altijd maar weer verbeteren.
Yeah. En dan staat er dus eens in de zoveel weken ‘persoonlijk functioneren’ op je rooster. Niet te vaak, maar als het gebeurt duurt het gelijk vier uur. Hoe dichter het me naderde, hoe minder leuk het leek. Zenuwachtig? Misschien. Maar het lag ook aan de timing. Het was op een moment dat ik door een heel andere oorzaak totaal niet lekker in mijn fel zat, en er even niks bij kon hebben. Het is trouwens meestal als ik de dag er na een groot tentamen heb, en over jezelf nadenken kost nu eenmaal een hoop energie.
Persoonlijk functioneren gebeurt dus bijna op een moment dat het mij niet uitkomt. Natuurlijk is dat wel eens zo met welk vak dan ook, vooral met de vakken die om half negen ’s ochtends beginnen, maar het stond en staat me tegen, dat ik op dát moment aan mezelf moet werken, alleen omdat het op mijn rooster staat. En trouwens ook dat het met díe leraar (ook al is die de beste die je je ooit zou kunnen voorstellen) en met die klas. Niet dat ik jusit voor hen iets te verbergen heb, maar het hele verplichte karakter van persoonlijk functioneren staat me tegen. Ik wil best in mijn binnenste graven, maar niet als het móet.
En de allereerste keer dat ik dit vak had, was er vlak daarvoor (like 15 minutes) iets vervelends gebeurt wat er verder niet toe doet, maar waar ik flink van overstuur was. Vlak voor de les had ik al gehuild, en ik wilde niet dat ik tijdens de les mijn controle zou verliezen. Niet nu al. Niet gelijk de eerste keer. Dus ik haalde mijn oude masker uit de kast, en speelde opnieuw verstoppertje.
Je zult niks over me te weten komen. Ik laat mijzelf niet zien. And i played hide and seek ever since. Niet alleen tijdens tijdens de paar uurtjes persoonlijk functioneren trouwens. Zo’n houding werkt besmettelijk. Ik vertoonde steeds meer ‘oud gedrag’, en duwde de wereld en al mijn contacten verder en verder van mij af. Maar ik had niks door, het gebeurde onbewust.
Ik dacht ooit, dat alles over was. Dat na die depressie en alles ik mezelf had gevonden, en alles voorgoed goed was. I was wrong. Dat weet ik ook al behoorlijk lang. En ik weet ook al lang dat ik niet voortaan all the most totally happy ben. Life is ups and downs. Lots of downs. Maar dat ik zelf zó erg de reden van mijn eigen selfdistruction kon zijn… was kind of new voor me. (sorry. Ik ben het Nederlands een beetje verleerd geloof ik.)
Ik heb de laatste tijd behoorlijk wat self-reflectie gedaan. En self-verbetering. en self-goede voornemens die helemaal niets met de jaarwisseling te maken hebben. Ik heb gemerkt dat ik me weer in mezelf terugtrok, en tegen mezelf verteld dat ik daar mee op moet houden. Ik heb geleerd dat ik niet tegen confrontraties kan, en die ten kost van alles, maar dan ook echt alles, uit de weg ga, en dat dit veel stuk maakt. Ik heb veel verbeterpunten gevonden, en de enige reden dat ik die niet al lang verbeterd heb, is mijn gebrek aan zelfdicipline, wat gelijk mijn grootste verbeterpunt is. Maar als je je zwakke punten kent, kun je er aan werken, en, als ik heel eerlijk, ik begin vooruitgang te boeken.
Maar bij persoonlijk functioneren laat ik mezelf niet zien. Blijf van me af, je mag me niet kennen, dichtte ik eens, tijdens die les. Zo ook afgelopen donderdag, een les die leidde tot de dialoog die ik op deze blog kruisverhoor heb gedoopt. Ik speelde een spel, en het doel van dat spel was: niet gezien worden. We moesten nadenken over een buddy, iemand aan wie je alles vertelt en die je verder helpt. Maar in plaats van echt over die buddy na te denken, dacht ik vooral na over welk antwoord mij het makkelijkst door de opdracht te komen, en tegelijk toch nog net geen leugen was.
Ik was eerlijk, in mijn antwoord, maar ik had nog veel eerlijker kunnen zijn. Wat ik zei was iets wat ik al weken eerder had bedacht, en als ik wat dieper nagedacht had, had ik vast wel de tien voorbeelden waar mijn leraar op speelde kunnen bedenken, maar ik dacht niet na, en het enige voorbeeld wat ik bij de hand had, was er één die ik voor geen goud zou willen delen. Niet met mijn klas, niet met mijn blog, en niet met mijn beste vrienden.
Mijn klasgenoten waren stil en keken gespannen tijdens de dialoog, waarin ik klemgepraat werd, maar het kon me op dat moment niet meer schelen. Hoe hard hij op me inpraatte, ik had gewonnen. Ik had niks van mezelf laten zien, en zou dat ook niet laten zien. Niet tijdens deze sessie, anyway. En wat hij ook zei over dat ik verkeerd bezig was, het maakte niet meer uit. Hij had gelijk, en ik wist het, maar ik liet zijn woorden langs me heen glijden. Ik werk een andere keer wel aan wel aan al de dingen waar ik aan moet werken. Niet nu. Niet alleen maar omdat het op mijn rooster staat. Niet omdat iemand op de universiteit heeft besloten dat ik dit nu moet doen.
Note to self: Dit is heel dom. Je kunt niet vier uur per maand over jezelf liegen, zonder dat het effect heeft op de rest van je leven. Als je jezelf verstopt voor anderen, verstop je je uiteindelijk ook voor jezelf. De pantserwagen is niet mijn favoriete uitdrukking, maar ik ben wel bezig muren om me heen te bouwen. Maar dit was de laatste keer. Of ik het ook daadwerkelijk ga doen, weet ik niet. Maar ik, Nelleke Willems, neem mij op dit moment plechtig voor dat ik eerlijk ga zijn. Tegen mezelf, en over mezelf. Tegen anderen, ook tijdens persoonlijk functioneren. En dan nog wat: Ik heb een buddy nodig die me af en toe eens flink de waarheid zegt, als ik die weereens mooier maak. Someone available?
Geplaatst door: Nelleke op: januari 7, 2010
‘Ik heb een buddy nodig die me durft te zeggen waar het op staat, en als het nodig is lomp durft te zijn. Want ik maak de waarheid zelf altijd mooier dan ze is.’
‘Heb je vrienden die dat doen?’
‘Nee’
‘Waarom niet?’
‘Ik denk dat ik dat soort mensen ver bij me vandaan houd, omdat het veel fijner is niet met jezelf geconfronteerd te worden’
‘Dus jij bent niet eerlijk tegen jezelf?’
‘Soms niet.’ Nou en?
‘Heb je een voorbeeld van over wat voor dingen je het hebt?’
‘Ik kan me zo een twee drie niks bedenken.’
‘Volgens mij weet je zo wel tien voorbeelden op te noemen.’
‘Goed. Dan weet ik zo een twee drie geen voorbeeld te bedenken dat ik hier wil delen.’
‘Wat zei je?’
‘Dat ik geen voorbeeld weet dat ik hier wil delen.’
‘Je wilt het niet in de groep gooien? Dat is je eigen keuze. Maar het is wel onverstandig, want dit is duidelijk iets waar je aan moet werken. Begrijp je dat?’
‘Ja.’
‘Jij hebt een pantser om je heen gemaakt, weet je wel, van die pantserauto’s waar niks geen kogel ooit door kan komen?’
‘Ja’
‘Maar je kunt er zelf ook niet doorheen, je zit gevangen’
Stilte.
‘Wat dacht je, toen Henk zich net open opstelde? Dat zal mij niet gebeuren?’
‘Zoiets ja’
‘Maar niemand zal hem ooit belachelijk maken om wat hij hier heeft getoond. O ja, zijn masker dat hij normaal draagt, daar steken ze wel de draak mee, en hij doet dan zelf vrolijk mee, maar dit, dit stukje kwetsbaarheid, daar zal niemand de spot mee drijven. Denk je dat iemand wat Henk net deed belachelijk vond?’
Eigenlijk wel. ‘Nee.’
‘Heb je door wat ik hier aan het doen ben?’
Ik knikte
‘Ik ben je aan het laten zien dat je zo niet door kunt gaan. Je hoeft het niet hier in de groep te gooien, maar je moet er wel wat mee doen. Begrijp je dat?’
Ik knikte.
‘Je wilt niks zeggen, en dat is je eigen keuze. En die kan ik niet beinvloeden, maar je bent op deze manier wel verkeerd bezig.’
We gingen klassikaal verder. Eindelijk. Later meer.
Geplaatst door: Nelleke op: december 29, 2009
Ik dacht niet meer dat kerst gewóón goed kon worden, maar het werd het. Ik ging toch, en voor ik ging ging ik naar de winkel om schapenkaas te kopen.
‘Wil je harde of zachte schapenkaas?’
‘Ik heb geen flauw idee.’
‘Moet het gebakken worden?’
‘Weet je wat? Ik loop wel even naar huis, en zoek et recept op.’
‘Maar dan moet je wel voor vijfen terug zijn’ het was bijna half 5.
‘Das geen probleem, ik woon hier tien minuten vandaan.’
Maar voor alles in je leven is een eerste keer, en dit was de eerste keer in mijn leven dat ik geen huissleutel bij me had. Ik drukte alle bellen meerdere keren in, en bonsde op de ramen. Maar er brandde niet eens licht. Wat nu?
Heb je weleens in de decemberkou voor je eigen huis zonder sleutel gestaan, terwijl het donker wordt, en je vermoed dat al je huisgenoten niet meer vóór kerst thuis zullen komen? Het enige nummer in mijn telefoon was die van Linda. Ik heb weleens over mijn relatie met deze huisgenote gehad, maar ik kan je verzekeren dat het sindsdien nog veel slechter is geworden. Als in: we praten niet meer met elkaar.
Linda had ook geen andere nummers, maar zou over een uur thuis komen. Restte mij niets dan wachten. Ik kocht de schapenkaas, harde, en slenterde wat door de winkelstraat. Liep langs het huis van wat vrienden, maar alles was donker. Natuurlijk. Wie is er nou om 5 uur, op 24 december, nog op zijn studentenkamer? Als ik die stomme ruzie niet gehad had, zou ik nu ook al minstens 100 kilometer verder op zitten. De universiteit was verlaten. Het park was eenzaam, en ijskoud, en mooi. Zo erg is het niet om te wandelen. Om vijf uur drukte ik opnieuw op alle bellen van mijn huis, en ging opnieuw de winkelstraat in. Die was inmiddels uitgestorven. Om tijd de doden pinde ik wat geld, en ging weer terug naar huis. Het kon nu niet lang meer duren.
Mijn overburen zaten gezellig gezin te spelen, en deden de gordijnen dicht toen ze mij zagen zitten. Bij mijn andere overburen, het leger des heils, zag ik niets bewegen. Wat kan het buiten toch koud zijn. Iedere keer als er iemand aankwam keek ik op, maar het waren vreemden. Linda hoefde er nog helemaal niet snel te zijn. Ze zei dat het ook later kon worden. En ineens hoorde ik een bekende stem mijn naam roepen.
Tot mijn grote schrik stonden er op mijn kamer zelfs nog kaarsen aan. Mensen op msn hadden herhaaldelijk gevraagd waar ik bleef, en hadden het uiteindelijk opgegeven. Maar in de keuken was Linda, en we praatten.
Het was niet like we over iets benlangrijks praatten, of iets uitpraatten. Maar het was een gewoon gezellig gesprek over kerstplannen, en zo.
Dus ik verliet mijn huis met een positief gevoel. Als het ineens mogelijk is om met Linda om te gaan op een gewone, zelfs gezellige, niet hatelijke manier, dan is er iets bijzonders aan de hand.
150 kilometer later was ik bij mijn ouders, en kerst was…. goed.
5 kerkdiensten, 2 keer naar mijn opa en oma, 1 keer naar mijn oma, en 1 keer handenvol familieleden bij mijn ouders thuis. 0 ruzies. Een paar kleine strubbelingen. Urenlang in de keuken. 2 potjes risk en 1 monopolie. 4 keer te laat wakker geworden om te onbijten.
Het was een veel te lang weekend bordevol familie en kerk, waarop ik geen ogenblik voor mezelf gehad heb.. maar het was fijn, het was gezellig, en het was goed. Het was thuis.
Het was al bijna avond toen ik maandag opnieuw aan de lange reis begon. Een gedeelte van mij wilde helemaal niet weg. Een gedeelte van mij baalde er vanochtend van dat ik weer in mijn eigen bed wakker werd. Een gedeelte van mij zou terug willen in de tijd, en daar weer wonen.
Thuis, was voor het eerst sinds jaren weer hoe het heette. Het was kerst. En er was vrede op aarde, en in de mensen een welbehagen. I did get my happy christmas after all!
Geplaatst door: Nelleke op: december 24, 2009
‘ik kom wel gewoon niet!’
‘Dat is prima, we hadden toch al een reserve toetje.’
De vorige keer dat ik bij mijn ouders was is er een nieuw record gevallen. Vijf minuten na binnenkomst ruzie. De uitspraak van een zusje was treffend: ‘Waarom is er altijd ruzie als jij er bent?’
Dat record is vandaag ruimschoots gevallen. Nog voor ik mn tas begon in te pakken, via msn. Waar het over ging is het vermelden niet waard.
Ik heb nog nooit zo tegen kerst op gezien als dit jaar. It was supposed to be a happy thing, and spending time with family was supposed to be a good thing. Maar ik ben bang voor vier dagen daar, terwijl mijn ovkaart niet eens geldig is. Hoe hard ik ook iedere keer mijn best doe, weekends bij mijn ouders zijn nooit een good thing. I’ll just grow lonelieer then when i’m alone. Ik meende wat ik zei, dat ik hier zou blijven, maar ik vraag me af of ik u berhaupt serieus genomen ben.
Als ze nu bellen, als ze nu zeggen, we wíllen dat je komt, dan weet ik het zeker, dan zit ik binnen een half uur in de trein.
Maar mijn tas ligt oningepakt onder mijn bed. 20 straten lang tussen de sneeuw door post bezorgen later weet ik nog steeds niet wat ik ga doen.
Een ding is zeker. Als ik hier ben wordt het de eenzaamste kerst ooit. I’ll probaly cry a lot. En als ik daar heen ga?
Mijn zusje heeft gelijk, als ik binnenkom, keldert de sfeer. Ik hoor er niet meer echt bij. Ik ben gewoon… te verschillend. Mijn familie is een perfecte, gelukkige, harmonieuze familie zonder mij, and moving this far away was probaly the best thing i ever did. Als mijn familie een piano is, ben ik de kapotte toets. Als mijn familie een lied is, ben ik de valse noot. Als ik niet kom, hebben zij ongetwijfeld een geweldig kerstfeest.
Als ik wel ga… I’ll prabaly cry a lot too. Er zullen vast wel weer tien conflicten zijn, te beginnen met het vervolg van datgeen dat er net was, en ik verziek de sfeer vast voor iedereen. I shouldn’t go. Niemand heeft trouwens uberhaupt gezegd dat ze willen dat ik kom. I really should just stay here.
Ik weet het nog steeds niet. All i wanted was a happy christmas, and that won’t happen anyway.
Vrede op aarde, en in de mensen een welbehagen.
Geplaatst door: Nelleke op: december 23, 2009
Zelfs sneeuw kan haar magie verliezen. Vooral als het er al bijna een week ligt. Vooral als er overal gestrooid of geveegd is, en de enige sneeuw bruine modder, of een ijsbaan op de stoep is. Vooral als je weet dat je morgen in deze sneeuw weer post moet bezorgen. Vooral als je weet dat je daarna in de trein moet, voor een reis die normaal al drie uur duurt, en met deze sneeuw vast veel langer. En dat je, als je dan eindelijk op je eindbestemming blijft, je daar vier dagen gaat blijven, met allemaal familie. Vooral als je dan bedenkt dat je tegen kerst op ziet, juist omdat je het gaat vieren met de mensen van wie je het meest van de wereld houdt. En als je je bedenkt dat het niet eerlijk is dat je maar één week kerstvakantie krijgt, en daarna meteen een tentamen.
Toch hou ik van de sneeuw. Sneeuw heeft de macht om alles in één oogopslag anders te maken. Niets is meer zoals het was. Het is koud, en het zorgt voor veel overlast, maar het is magisch en sprookjesachtig, en zó ongelovelijk mooi. Het maakt een buurt van de straat, mensen zien elkaar, en spreken elkaar aan. En zelfs als je een sneeuwbal tegen het hoofd van een wereldberoemd pianist gooit, of tegen de rector van de universiteit, is dat niet echt heel erg. Sneeuw is voetstappen achterlaten, en tien keer uitglijden en bijna vallen, en een keer helemaal vallen, en dat er dan tien mensen je verschrikt overeind helpen, en dat het fototoestel dat je in je hand hield even kapot lijkt, maar het toch nog doet. Sneeuw is buiten door het donker lopen, en je dan bedenken dat er zometeen, binnen, warme chocolademelk is. En dan binnenkomen, en warme chocolademelk drinken, en al je mooiste foto’s op facebook zetten en delen met je vrienden die in landen wonen waar het helemaal nóóit sneeuwt. Sneeuw maakt alles anders. Sneeuw maakt het leven een sprookje.
Altijd winter, en nooit kerst, zoals in Narnia, lijkt me het heerlijkste wat je kan overkomen. Sneeuw is magic.
Vorige week zei Nande dat hij deze week nog langs zou komen. Een gedachte die nog magischer is dan hoeveel sneeuw dan ook. Maar we spraken nooit af, en de sneeuw zorgde er wel voor dat we er niet eens over dachten nog af te spreken. Er zit een treinreis van anderhalf uur tussen mij en hem in. Daar dacht ik aan toen ik vanuit de hema naar huis liep vandaag. Ik dacht er aan dat vandaag weer 80 procent van de treinen reed, en dat hij zóu kunnen komen, als we toch hadden afgesproken. En ik bedacht dat ik hem wel kon mailen, dat hij nog kon komen, maar dat was natuurlijk een absurde gedachte. Het is aan hem om te willen komen, en dat ik zo gehoopt had dat ik hem nog voor de kerst nog een keer zou zien, had hij natuurlijk geen weet van. En als hij zou komen, zou hij écht alleen voor mij moeten komen, want zíjn opleiding heeft wel kerstvakantie, en hij heeft hier verder niets te zoeken.
En toen kwam ik thuis, en at mijn lunch, en na die lunch las ik mijn mail, en ik las dat ik een lunchvergadering van een commissie waar ik in zat had, en op hetzelfde moment werd er gebeld waar ik bleef.
Dus ik trok mijn witte jas weer aan, en ging op weg. Normaal zou ik op de fiets zijn gegaan, maar nu ging ik lopend. Normaal zou ik anders zijn gegaan, maar dit keer liep ik door de winkelstraat.
Wat is dat? Nee. Kan niet. Iemand die er op lijkt hoogstens. Maar toen hij nog dichterbij was, was hij het toch echt, en hij liep me straal voorbij.
‘Nande!’ hij keek op. Hij had een plastic zakje in zijn hand, en liep wat te frutselen met een plastic beker, een knuffelbeertje, en wat dingetjes van chocola. ‘Hoi. Wat jammer dat ik jou nou net tegen kom!’ was het eerste wat hij zei.
Maar de rest klonk een stuk beter. De dingen in zijn hand waren een kerstcadeau, en hij was op weg naar mijn huis, om me te verrassen. ‘Wat jammer dat ik je hier al tegen kwam.’ zei hij nog een keer. Hij had alle kadootjes nog mooi in de beker willen schikken, maar het waren er te veel, het bleek niet eens te passen. En als hij me niet was tegen gekomen, hadden we elkaar niet gezien, want ik was niet thuis.
‘Ik… ik heb eigenlijk nu een vergadering. Maar dat duurt maar een half uurtje ofzo. Heb je zin om daarna nog…’ ‘Nee. Ik moet de trein halen. Ik moet nog naar…’ Maar we moesten wel allebei dezelfde kant op. Dus we liepen heel langzaam, pratend, en toen we allebei de andere kant op moesten, bleven we nog even staan, en we spraken af de eerste week van januari af te spreken, en toen moesten we allebei toch echt gaan!
Ik was veel te laat op de vergadering, maar wel met een big smile. Sneeuw is niet het enige dat magic is. Nande ook.
En toen ik thuiskwam zette ik skyradio aan, omdat ik zin had in kerstmuziek. Want hoe het verder ook gaat worden, mijn kerst kan niet meer stuk. Het mooiste kerstcadeautje ooit, heb ik al gehad:)
Geplaatst door: Nelleke op: december 15, 2009
Ze was maar een klein meisje, in die te grote wereld. Altijd verdwaald, altijd op zoek naar haarzelf. Altijd ongelukkig.
Maar dat was vroeger. Het meisje ontweek alle moeilijkheden, en deed alsof nu alles goed was. Karde diem, pluk de dag. Het leven is een once-in-a-lifetime-expierience, dus geniet er maar gewoon van. Ze studeerde wat, droomde over Sergio en Nande, praatte met Huseyin. Soms schreef ze gedichten, die ze meestal maar half meende, en zoals altijd was ze aan minstens drie verhalen bezig, die nooit af zouden komen. Ze lachtte veel en vaak, en zelfs haar kamer, die vaak een afspiegeling van haar gevoelsleven lijkt, was al maanden meestal netjes.
It started going wrong.
Het was sinterklaas, dus er was geen ontkomen aan. Ouders. Familie. Zelfs een verjaardag. Ruzie. Het ongelukkige gevoel dat ze alleen kent als ze bij haar ouders in de buurt was, probeerde ze te negeren. Maar toen droomde ze. Over Nande. En de jongen die haar hoofd net bijna leek te verlaten nam er weer opnieuw veel te veel bezit van. In denkbeeldige gedichten schreeuwde ze hartekreten naar hem, maar ze schreef de meesten niet op. Niet bij haar ouders. Misschien als ik thuis ben.
Het was om half 7 dat haar bus ging, maar ze was blijer dat ze wegging dan dat ze baalde over het tijdstip. Ze haat zichzelf als ze dit soort dingen denkt. Ze wil zo graag genieten van haar ouders. Ze wil zo graag gelukkig zijn. De eerste paar dagen na een weekend daar is ze altijd een beetje down. Maar het gaat weer over. Ze duikt meestal weer gewoon haar leven in, en de mensen om haar heen dragen hun goede stemming wel op haar over.
Not this time. Maandagochtenden zijn altijd vervelend, omdat iedereen vraagt of je een goed weekend gehad hebt, maar maandagochtenden met slecht nieuws zijn vele malen erger.
Iemand had zelfmoordgepleegd. Ze kende hem niet, maar bijna iedereen die ze kende kende hem wel. De stemming kelderde. Ze moest weer denken aan zichzelf, jaren geleden. Ze ging laat naar bed die avond. ‘Kan mij het schelen of ik genoeg slaap.’
Slecht teken. Normaal gesproken is dit meisje een grote marmot. En dromen is een van haar hobbies.
Dinsdag was even worse. Iets wat je met geen mogelijkheid erger kunt noemen, was erg, omdat het haar heel sterk deed denken aan iets van lang geleden. Ze voelde zich net zo eenzaam en verlaten en unpopular als vroeger. Ze huilde.
Ze luisterde feel-bad muziek omdat ze zich slecht wilde voelen, en zong loeihard mee. Op school deed ze wat ze lang geleden deed: zich terugtrekken. Mensen ontwijken. In de pauze bleef ze in het lokaal zitten, zogenaamd omdat ze nog iets moest overkijken, zogenaamd om aan een verhaal te schirjven. Eigenlijk omdat ze niet een kwartier lang wilde socializen en doen alsof alles goed ging. Tegelijkertijd schreeuwde ze van binnen om aandacht, die ze niet kreeg.
Opnieuw sliep ze bijna niet die nacht. Geen zin in. Wat kon het haar schelen? De volgende dag wist ze niet eens meer waarom ze down was. Nou en. Ze was down. Wilde zich slecht voelen.
Maar voor het eerste had ze haarzelf door. Ze voelde zichzelf slecht, en ze wilde zich nog slechter voelen. Een deel van haar wilde weer net zo depressief worden als ze jaren geleden was. Dit keer greep haar verstand in. Het vertelde haar dat ze moest beginnen met voldoende slapen. Gek dat dat belangrijk is, maar ze had al geleerd dat haar slaapgebrek down-gevoelens veel erger maakte. Het vertelde haar dat ze vooral niet naar zichzelf moest luisteren.
Het meisje wist nog niet zo goed of ze wel naar haar verstand wilde luisteren. Twee delen van haar streden met elkaar. Ze ging uiteindelijk om 12 uur naar bed. Maar kon niet slapen. Ze lag te piekeren over dingen die ik al eerde zijdelings genoemd heb, en over haar mp3speler die nu al 36 uur vermist was. Om twee uur ’s nachts kwam ze nog een keer haar bed uit om haar hele huis te doorzoeken, en om te bedenken wat ze morgen al dan niet zou doen.
Haar verstandige gedeelte had besloten geen wekker te zitten. Ze miste de twee uur college van die dag, maar voelde zich duidelijk beter. Ook die avond mocht ze van zichzelf niet naar soos, maar moest ze vroeg naar bed.
Vrijdag zou ze naar Paul gaan. Een goede vriend, die ze maar twee keer in t jaar in rl ziet, en ze had geen idee hoe dat zou uitpakken. Ze was nog steeds mensen in haar omgeving aan het afstoten. De hele dag had ze bijvoorbeeld gehoopt dat iemand genoeg om haar gaf om te vragen waarom ze niet op college was, maar toen dat uiteindelijk gebeurde, loog ze, en stuurde ze hem met een kluitje in het riet.
Ze had dus zelfs overwogen het af te zeggen, maar vond dat echt te gek, en ging. Goede keus. Ze genoot. Als ze zich down voelt, trekt ze zich altijd terug van mensen, maar hun gezelschap kan juist goed doen. De genoot zelfs van de treinreis, vol vertraging en chaos, en de gesprekken met haar medesardientjes.
Haar avond was nog beter. Ze was wat stiller dan anders, maar niemand kan zich down voelen als hij sinterklaas viert met 11 christenhomo’s! Roze nagellak was bij lange na niet het meest foute kadootje.
Het weekend was beter. Maandag niet. Opnieuw skipte ze slaap, en opnieuw skipte ze college. Maar nu is ze weer aan het klimmen. Die hele neerwaarste spiraal van negatieve gevoelens klimt ze weer op, en waarschijnlijk glijd ze nog wel een keer wat treetjes terug. Maar ze weet nu voor het eerst waar ze mee bezig is. Volgende week is alles vast weer helemaal over. Net op tijd voor het volgende familiebezoek!
Recente reacties